Over ons

Margareth is in Australie (Melbourne) geboren maar in Nederland opgegroeid. Samen met haar man Frans ging ze op zoek naar haar "roots". Een fantastische reis waardoor ze beiden geheel verknocht raakten aan het prachtige Australische continent. Sindsdien gaan ze zo vaak als ze kunnen!

vrijdag 13 juli 2007

De Droomreis, januari 2005

MELBOURNE

Terug naar mijn Roots





DE DROOMREIS,

Januari /Februari

2005


16 januari 2005:
Vandaag is het dan zover. Waar ik een leven lang op gewacht heb gaat nu gebeuren, de grote reis back to my roots!

Op het vliegveld heb ik het er wel even moeilijk mee. Het valt niet mee om de meiden zomaar 6 weken achter te laten en dan naar het andere eind van de wereld te vliegen. Na wat traantjes aan beide zijden gaan we dan richting vliegtuig.

De vlucht met Singapore Airlines is in een woord geweldig. We worden fantastisch verzorgd. De hele vlucht komen ze met drinken, 2x een flinke maaltijd en nog snoep en fruit tussendoor. Hoewel we verwachten de hele reis in het licht te moeten vliegen is dat toch niet zo, al na enkele uurtjes word het donker en het blijft zo de rest van de vlucht. Dus aan de raamplaats hebben we niet zo heel erg veel. We zitten trouwens recht boven de vleugel dus het uitzicht is toch al niet geweldig.

17 januari 2005:

En dan Singapore!
Al meteen om 7 uur ’s ochtends een temperatuur van maar liefst 25 graden! Later vertelt de gids van onze dagtrip dat Singapore het hele jaar door hetzelfde weerbeeld heeft, temperaturen tussen de 25 en de 35 graden. Omdat ze vlak bij de evenaar liggen hebben ze geen seizoenen, het enige verschil is dat het in december flink kan regenen. Ook wij hebben de 1e dag wat regen maar dat is maar wat miezer en door de warmte worden we er niet eens nat van! Als we buiten stappen is het net of we in een dot klamme warme watten stappen, jeetje wat is het heet.

Het Golden Landmark Hotel waar we logeren is erg mooi. Een poepie sjieke entree en mooie kamers. We krijgen kamer 1426, jazeker op de 14e verdieping. Uitzicht over een hele berg wolkenkrabbers. Het hotel ligt tegen een van de bezienswaardigheden van de stad aan: de Arabische Wijk. Eten en drinken is er niet duur. Omdat we wel wat van de stad willen zien hebben we meteen 2 tours geboekt, de Midnight Tour voor dezelfde avond en een middagtour voor de volgende dag.

De Midnight Tour begint met een boottochtje over de rivier. Een tochtje dat langs de Leeuwmeermin gaat, een van de grote bezienswaardigheden van de Stad, een beeld van een vis met een leeuwenkop die water spuwt. Het verhaal achter deze Leeuwmeermin is dat de vis komt van het feit dat de Stad vroeger bestond uit een klein vissersdorpje. Een of andere visser was in nood geraakt spoelde aan land en werd daar ergens door overvallen. Hij werd gered door een prins samen met een hele sterke leeuw. Het dorp werd genoemd: Singa-Pura, letterlijk vertaald stad van de leeuw, later door de Engelsen verbasterd naar Singapore….Langs de Leeuwmeermin gaat het verder naar Marina Bay. Hier hebben we een fantastisch uitzicht over de Sky-line van het business centre. In de avondschemer met alle verlichting werkelijk een schitterend gezicht, misschien wel het mooiste wat we gezien hebben! Prachtige wolkenkrabbers, de een nog mooier gebouwd dan de andere met schitterende gekleurde verlichting ervoor, weerspiegeld op het water. Adembenemend!
Het eten tijdens deze trip is af. In buffetvorm zoveel als je maar wilt, oosterse specialiteiten maar ook meer westerse gerechten.
De beroemde Fountain of Welth stelt niet zo veel voor. We rijden er met de bus langs maar zien niet meer dan wat nevel verlicht door lampen die steeds van kleur verwisselen. De fontein start echter al een stuk lager, enkele meters onder het niveau waar de bus op rijdt dus wat wij zien is alleen het topje.
Op naar de markt. Een klein mini Beverwijkje waar we precies 20 minuten uit de bus mogen, net genoeg om even overal langs te rennen maar veel te kort om iets goed te bekijken, laat staan te kopen.
Tot slot naar het koloniale Raffles Hotel. Met recht het mooiste hotel van de stad. Een enorm koloniaal gebouw, helemaal in het wit. Hier schenken ze de beroemde Singapore Sling, een cocktail die al meer dan 100 jaar geleden is verzonnen. En lekker dat-ie is! En geslapen dat ik heb!

18 januari:

De volgende middag worden we om 14.00 uur bij de uitgang van het hotel verwacht voor de middagtrip. Dachten we….
Na een kwartiertje wachten toch maar aan de balie van Singapore Holiday Stopover gevraagd waar de bus bleef. Blijkt er op ons kaartje te staan 1.40pm ipv 14.00 uur. Busje al weg dus…
Maar behulpzaam als de mensen daar zijn, speciaal voor ons wordt geregeld dat de bus tussen 2 bezienswaardigheden door langs het hotel rijdt om ons op te pikken! Hebben we pas 1 ding gemist en dat is de fontein! Niks gemist dus.
Onze 1e stop blijkt niet ver van ons hotel verwijderd, de grote Sultan-moskee. Van buiten ziet hij er uit als een Indisch paleis, zachtgeel geschilderd met rode lijnen langs de vensters. Hij had zo in de Efteling gekund! Schoenen uit mogen we even naar binnen. En wat blijkt; van binnen is hij helemaal leeg! Alleen een enorm tapijt waar alleen moslims overheen mogen, een hek rondom het tapijt en een soort preekstoel staan in de enorme ruimte. Buiten is een straatje met allemaal leuke Arabische winkeltjes.


Volgende stop is een Chinese tempel. Had ook zo in de efteling gekund. Midden tussen de wolkenkrabbers staat ineens een laag rood gebouw met schitterende puntdaken volop versierd met draken. Om binnen te komen moeten we over een drempel stappen van wel 30 cm hoog. Dat is om de kwade geesten buiten te houden, volgens het Chinese geloof kunnen die alleen recht over de vloer lopen. Tevens buig je bij het erover stappen automatisch je lichaam wat voorover en dat is dan weer een teken van respect voor de goden in de tempel.
Binnenin vinden we verschillende altaren met godenbeelden, de god van rijkdom, de god van de zee, de god van de gezondheid en de god van de vergeving ( heeft aan beide kanten meerdere armen). Gezamenlijke diensten kennen ze niet, iedereen bid gewoon voor de god die hij op dat moment nodig heeft op het moment dat hem uitkomt.

Van hieruit gaat het naar de Gem factorie. Hier worden sierstenen bewerkt. Eerst langs de werkplaats daarna naar de showroom. Een complete verrassing wacht ons daar. We dachten sierraden en beeldjes te zien maar er zijn vooral veel schilderijen. Schitterende glanzende kunstwerken helemaal in reliëf gelegd van stenen. Niet te betalen maar wel vreselijk mooi.
Vervolgens maken we een boottocht over de rivier. Ook deze keer langs de leeuwmeerman maar verder de andere kant op. Ook nu een mooie skyline maar niet half zo indrukwekkend als ’s avonds. Nog even langs een showroom van tinnen voorwerpen en dan terug naar het hotel. Even eten en dan wachten op de bus naar het vliegveld.

Changi Airport lijkt bij aankomst niet veel maar niets is minder waar. Eenmaal door de douane komen we in een hal met enorm veel winkels. Hier vinden we ook een internethoekje waar we 10 minuten gratis mogen internetten. Snel de meiden een berichtje gestuurd en het ontvangen berichtje van Cissy gelezen en dan moeten we al weer afsluiten. Zoetjesaan tijd om naar de terminal te lopen waar we moeten inchecken. Onderweg komen we nog een winkeltje tegen waar allerlei sierraden verkocht worden, alles voor 20 Singapore dollar per stuk ( euro 9,60). Lagen daar prachtige grote zilverkleurige haarklemmen in de vorm van een vlinder, bewerkt met steentjes. Kan ik geen weerstand aan bieden, snel voor de meiden ieder een gekocht.

In het vliegtuig hebben we stoelen op de allerlaatste rij. Het grote voordeel is dat er hier maar 2 naast elkaar staan en we dus wat meer ruimte hebben.
We hebben tijdens de vlucht wel regelmatig last van turbulentie. Hoewel we pas om 23.40 uur vertrokken kunnen we ’s nachts toch geen van beiden slapen. Het licht gaat uit en de stewardessen storen niemand meer die zijn ogen dicht heeft maar toch lukt het niet om in slaap te komen. En op het schermpje voor ons waar we de vlucht konden volgen komt Australië steeds dichterbij….

19 januari:

En dan word het licht….
Een prachtige zonsopgang. Ik had wel eens gehoord dat het vanuit een vliegtuig veel mooier is maar op de vlucht vanaf Turkije vond ik dat wel mee vallen. Maar hier is hij werkelijk prachtig. Terwijl de onderkant nog donker is word de bovenste helft van de lucht langzaam steeds lichter. Beide vlakken worden gescheiden door een gloeiende rode baan die naar onder toe het donkere vlak felblauw kleurt. Een beetje moeilijk te beschrijven maar we hebben er een heel goede foto van.
Helaas valt de eerste blik op Australië tegen, die bestaat voornamelijk uit een wolkendek.
Heel af en toe word het zo dun dat we een beetje grond erdoorheen zien schimmeren maar veel is het niet. Een half uurtje voor de landing lossen de wolken ineens op en kunnen we wat meer zien. Allemaal grote vierkante vlakken, zover we kunnen kijken. Waarschijnlijk allemaal bewerkt land maar van 11 kilometer hoogte kun je dat niet zo goed zien.
De landing word ingezet en langzaam maar zeker komt de grond dichterbij. En word het duidelijker. En ineens is hij daar, een beetje wazig maar toch duidelijk echt….de skyline van Melbourne! Een prachtig gezicht, een gigantische vlakte met allemaal gebouwen en daar middenin een blok enorme wolkenkrabbers, de City. Wat voelt dat vreemd om het in het echt te zien al is het dan van ver af.
De landing verloopt rustig en langzaam taxiet het vliegtuig naar de hal van Tullamarine Airport. Bovenop de aankomsthal staat het met grote letters MELBOURNE!
Dat is wel even slikken. Een heel emotioneel moment voor mij. Eindelijk was het dan zover, ik was terug in mijn geboortestad….

De rit naar het hotel is behoorlijk luxe. Op het vliegveld worden we aangesproken door de chauffeur van een limousine die iemand op moest halen die niet was komen opdagen. Om zijn rit niet helemaal voor niets te hebben gemaakt wil hij een andere passagier tegen taxiprijs mee terug nemen. Hij heeft een officieel identificatiekaartje op (denk ik) dus gaan we mee. Een heel aardige man die volop zit te kletsen en allerlei goede raad geeft voor onze trip (rij niet te hard, veel camera’s hier, hier moet je door naar … enz.) En inderdaad een superluxe auto. Hij vertelt over de brug die we moeten nemen voor de Great Ocean Road dat die tijdens de bouw was ingestort en dat er 38 mensen bij om het leven waren gekomen.
Het hotel blijkt nog niet zo heel eenvoudig te vinden. Het adres wel maar niets lijkt er op een hotel. De ingang blijkt een heel smal gangetje te zijn verstopt tussen twee eettentjes. Onder zijn allemaal eettentjes, terrasjes en winkeltjes, daarboven zijn 2 verdiepingen met kamers. Van buitenaf valt het helemaal niet op dat het een hotel is. Er hangt wel een groot bord maar dat gaat een beetje verloren tussen alle andere reclameborden. Eenmaal gevonden blijkt dat onze kamer pas om 14.00 uur klaar is. Het is net 11.00 uur geweest dus moeten we 3 uur door zien te komen in St. Kilda. De bagage kunnen we gelukkig wel vast wegzetten.
Dus gaan we oververmoeid en plakkerig van de reis richting strand. Het is behoorlijk warm en natuurlijk hebben we onze zonnebrillen, petjes en de zonnebrandcrème in de koffers zitten. Opletten dus…



Eerst de pier op. Van hieraf een mooi gezicht op de City en aan de andere kant van de pier op het strand van St. Kilda. Nadat we hier een tijdje hebben rondgekeken gaan we maar langs het strand lopen. Het is erg warm en veel puf hebben we niet meer dus al snel een terrasje gezocht in de schaduw. Gelukkig voor ons trekt de zon een beetje weg maar het blijft wel warm. Terwijl we daar zitten zie ik dwars door het gebouw heen aan de andere kant een stukje verderop een raar ding staan. Ik kijk nog eens goed en …jawel hoor, de ingang van het lunapark, de clownskop, een van de herkenningspunten die we wilden gaan zoeken! Dat is snel!
De eerste foto’s en films zijn dus zo gemaakt. Naast de kop staat nog steeds het theater en ook de gebouwen rondom lijken al behoorlijk oud. Allemaal op de film gezet dus.

Het hotel is simpel maar alles wat we nodig hebben is er. Alleen als je een bed van 2 bij 2 gewend bent is 1.40 wel erg smal. Ik heb dan ook meteen al en blauwe plek van het nachtkastje op mijn arm, dat staat wel erg dichtbij. Eigenlijk wilden we niet gaan rusten maar we zijn zo moe dat we toch een uurtje of 2 slapen. Veel willen we niet meer doen vandaag, even op en neer naar de City met de tram.
Uitstappen bij Flinderstreet Station, het volgende herkenningspunt. Van daaruit een beetje rond gelopen. We hebben het idee om een rondrit met de antieke tram te maken rondom de City maar kunnen de tram niet vinden dus kuieren we maar een eindje de City in. De Ltl Lonsdale Street hebben we zo gevonden en we weten al dat het ziekenhuis er niet meer is, de chauffeur had ons verteld dat er een groot winkelcentrum voor in de plaats is gekomen maar dat er nog wel een gedenksteen of zo staat. Dus doen we een poging om die steen te vinden.
Midden in het winkelcentrum ligt een open plein met aan een kant een oud gebouw waarin het Womans Health Centre is gevestigd. Zou dat nog een klein stukje ziekenhuis zijn?
We kunnen er omheen en aan de voorkant blijkt het inderdaad de oude ingang van het Queen Victoria Hospital, de naam staat nog in de steen boven de deur. En jawel hoor, ook nu traantjes. Ik zoek een steen en vind een hele ingang! Geweldig gevoel om daar te staan…
Terwijl we eigenlijk vandaag niet veel van plan waren hebben we al 3 dingen uit het fotoalbum van mijn ouders gevonden.
We eten wat in een restaurant op het Federation Square, een plein met vreemde moderne gebouwen dat eigenlijk helemaal niet past op de plek waar hij staat, nl. tegenover het Flinderstreet Station, naast een ouderwetse brug over de Yarra River en aan de andere kant een oude kerk. Het eten is heerlijk maar het feit dat we er bijna een uur op moeten wachten doet er wel afbreuk aan. Tijdens het eten krijgen we voor de tiende keer hetzelfde mailtje van Karin. Een poging om haar te bellen mislukt, volgens de centrale is het nummer niet juist of niet compleet. Terug in het hotel blijkt dat je voor het landennummer eerst 0011 moet draaien. Omdat Karin niet opneemt Cissy even gebeld. Wel leuk om eventjes te kletsen. En dan naar bed, eindelijk een normale nacht….

20 januari:

Vandaag staat de Shrine of Rememberance op de agenda, samen met het Alexandrapark.
De Shrine hadden we gisteren al zien staan maar blijkt toch verder weg dan we dachten. Een halte of 5 te vroeg uitgestapt dus. Maar hij is de moeite waard. Onvergetelijk, wat is dat een mooi monument. Van buiten al prachtig maar bij het binnenstappen…gewoon adembenemend.
Door de vorm van het plaffond (een heel stijle piramide) krijg je binnen een heel apart effect. De top van de piramide is afgeplat en daar liggen glasplaten in. In het midden op de vloer ligt een gedenksteen met de tekst: Greater Love Hat No Man. En elk jaar op 11 november om 11 uur (blijkbaar een zeer gedenkwaardig moment tijdens de 1e wereldoorlog geweest) schijnt de zon door de glazen platen en valt er een zonnestraal op het woord Love. In de gangen rondom staan kasten met boeken met daarin de namen van alle 140.000 mannen en vrouwen die gediend hebben tijdens de 1e wereldoorlog met bij velen de vermelding dat ze niet zijn teruggekeerd…
Onder deze ruimte is de Crypt. Hier ligt niemand begraven maar er staat een beeld van 2 mannen met de rug tegen elkaar, genaamd vader en zoon. Dit om te benadrukken dat er slechts 20 jaar tussen de 1e en de 2e wereldoorlog ligt. Beide mannen zijn in militair uniform, de vader dat van de 1e en de zoon dat van de 2e wereldoorlog. Ook staan hier de namen van alle eenheden die hebben gevochten en de marineschepen die zijn gezonken tijdens de oorlog.
Buiten op de Shrine staan de namen van de landen waar de Australische soldaten zijn ingezet en de jaren dat ze in deze oorlogen hebben gediend.
Boven is een groot balkon die rondom de Shrine loopt. Hier foto’s gemaakt van het uitzicht rondom. Het volgende project afgewerkt…

Tegenover de Shrine ligt de ingang van de botanische tuinen. Op naar de reuzencactus!
Enorme bomen, vreemde bomen, een heel mooi park maar geen cactus te zien.
Een tuinman biedt uitkomst. Er zijn 2 groepen cactussen maar ze liggen elk aan een andere kant van het park. En wij zijn er ongeveer precies tussenin…
Het is echter geen straf om door dit park te moeten lopen, het is werkelijk schitterend. Eiken, palmen, eucalyptussen, van alles staat er rondom enkele vijvers. En een gigantisch groot park ook.
De 1e cactus is wel zo iets als op de oude foto maar lijkt op een heel andere locatie te staan.
Dan maar naar de andere cactusgroep. Onderweg komen we ook nog langs de poort van het Gouvernementshuis, ook daar hebben we een oude foto van dus ook weer een nieuwe gemaakt.
Ook bij de tweede groep cactussen vinden we niet wat we zoeken. Ach, het is ook al 47 jaar geleden, er kan natuurlijk van alles mee gebeurd zijn. Op ons gemakje nog een tijdje door het park kuieren, daarna richting Alexandra Gardens, dit moeten we kunnen vinden tegenover het Flinderstreet Station. De tuinen, weer een andere hoek van het uitgestrekte park, zijn zo gevonden maar de sokkels met borstbeeld die daar staan lijken ons niet degene die we zoeken. Na nog wat verder zoeken geven we het op. Waarschijnlijk is ook dat niet meer aanwezig.
Mijn voeten protesteren ondertussen behoorlijk dus een rustig tochtje over de rivier lijkt wel wat. Blijkt niet veel aan te zijn maar ach je kan wel eventjes uitrusten. Nog wat eten in het winkelcentrum langs de oever en dan terug naar het hotel voor een rustig avondje daar.
Terug in het Hotel kijken we nog even in het boek met de kopien van de oude foto’s. En wat blijkt…waarschijnlijk was het wel de eerste cactus die we zagen maar in de loop der jaren zijn er allerlei andere struiken omheen gegroeid waardoor hij op een heel andere lokatie lijkt te staan. En het beeld op de sokkel blijkt ook het eerste beeld wat we zagen…
Hadden we dan toch de foto’s maar mee genomen op onze wandeling dat had ons vandaag heel wat kilometertjes bespaard!


21 januari, vrijdag:

Vandaag word het al snel een heel bijzondere dag. Voor we weggaan bel ik eerst het telefoonnummer van Peppertree Hill Village en wat blijkt: ze hebben nog een telefoonnummer van de oudste zoon van tante Diny, Hans. Ze geven het mij met de mededeling dat er pas na 18.30 uur gebeld kan worden, als Hans terug is van zijn werk! Joepie wat een doorbraak!

Dan gaat het richting Flemmington. Eerst nog langs de City om een medicare-card op te halen voor het geval ik gebruik zou moeten maken van dokter of apotheek. Frans vindt eindelijk zijn aussie-bush-hoed (staat hem overigens goed!). Daarna snel nog een Australische telefoonkaart gekocht en dan eindelijk naar de Mooltanstreet in Flemmington.
De tramhalte waar we uitstappen ligt in een buurtje dat het ergste doet vrezen. De 1e straat waar we door moeten (Victoria Street) belooft ook al niet zo heel veel goeds. Piepkleine huisjes die nodig aan een onderhoudsbeurtje toe zijn en borden op straat met Chinese teksten. Ook de meeste mensen die we tegen komen zijn Chinezen. Rechtsaf de Mt. Alexander Road in en 100 meter verder zien we dan het naambordje hangen: Mooltan Street!
En meteen wordt de sfeer in de straat anders. Een mooie weg met aan beide zijden grote bomen die de straat geheel overspannen. De huizen zijn groter en goed onderhouden. En langzaam lopen de nummers op….

Ik ga wat langzamer lopen, het komt nu toch wel erg dichtbij. Een stukje verderop verschijnt een bekende gevel, zo vaak bekeken op de foto’s dat ik hem van veraf al meteen herken.
Mooltan Street, jazeker, het staat er nog. Ik maak wat foto’s terwijl Frans staat te filmen en dan lopen we langzaam naar de deur. Het hart klopt in mijn keel en ik weet niet goed of ik moet aanbellen of hard weg moet lopen. Dan belt Frans aan.
De deur word geopend door een man en als ik hem vertel wie ik ben en wat ik kom doen gooit hij hem meteen helemaal open en nodigt ons binnen. Hij stelt zich voor als Tom A.
We mogen het hele huis zien en fotograferen. Hij vertelt ons wat er nieuw is aangebouwd en wat er nog origineel is en wijst ons op de berg vanachter het huis van waaruit we een mooi overzicht hebben op de stad.
Onder het genot van een bakje thee bekijken we samen de oude foto’s die we hebben meegebracht en omdat hij graag de oude foto’s van het huis wil hebben wisselen we adressen uit. Als we weer thuis zijn zullen we hem een disc sturen met alle voor hem interessante foto’s er op.
Dan brengt hij ons met zijn auto naar de Brendon Church, de kerk die ik graag wil zien omdat ik daar gedoopt ben. Hier nemen we afscheid van deze erg aardige man.

De kerk blijkt op slot. Dan maar aanbellen bij de pastorie. Ook hier weer een heel aardige ontvangst. Een mevrouw doet open en als ik vertel dat ik uit Holland kom en in die kerk gedoopt ben hoef ik verder niets te vragen, ze haalt meteen de sleutels tevoorschijn en doet de kerk voor ons open. Een mooi gebouw van binnen. Hoewel er ook veel beelden staan doet hij toch wat lichter en rustiger aan dan de kerken die we in Nederland kennen. Na een tijdje laat ze ons alleen zodat we rustig rond kunnen kijken en gaat mijn doopcertificaat opzoeken.
Terug in de pastorie laat ze ons de map zien waarin het register van alle dopen staat. We maken een foto van de pagina waarop ik sta vermeld en dan verlaten we de pastorie.

We lopen nog even wat rond maar omdat er niet zo heel veel te zien is besluiten we terug te gaan naar de City. Hier aangekomen is het tijd om Hans te bellen.
Hans is thuis….
Ik doe mijn verhaal en hij vertelt mij dat tante Diny nog leeft, 91 jaar oud is en woont in een verpleegtehuis. Hij vond het heel erg om haar daar naartoe te moeten doen maar omdat ze erg veel hulp nodig heeft kan het niet anders. Haar gezondheid is zodanig dat ze in een speciale stoel moet zitten en bij veel dingen geholpen moet worden. Vaak zegt ze geen woord maar hij weet niet precies of dat aftakeling is. Soms denkt hij dat ze dat doet omdat ze boos is dat ze in het tehuis moet wonen. Soms vertelt de verpleging dat ze honderd uit heeft zitten kletsen maar hij heeft niet veel meer uit haar kunnen krijgen. We kunnen haar bezoeken maar hij heeft geen idee hoe ze zal reageren.
Zelf weet hij in eerste instantie ook niet om wie het gaat maar na een tijdje begint het hem te dagen. Hij was natuurlijk nog wel erg jong toen we naar Holland gingen en de vrienden van je ouders zijn nou niet degenen die je het best onthoudt.
We krijgen het adres waar tante Diny verblijft en spreken af dat we er langs zullen gaan. Zelf is hij er zondagochtend, ik weet niet zeker of ons dat gaat lukken, we moeten eerst kijken of we er met de tram/trein naartoe kunnen en hoe we dat moeten doen. Maar gaan zullen we!

Terug bij het hotel nog even langs de internetwinkel. Even een contactje met thuis. William is de enige die on/line is maar na een berichtje komt ook Beppie. Karin (tante) stuurt een berichtje terug dat ze in Oisterwijk is. Van de meiden horen we niets, die zijn waarschijnlijk beiden op school. Omdat Karin in Oisterwijk is lijkt het ons een goed idee nu naar ons thuis te bellen.
Ze vinden het erg fijn iets van ons te horen en ook het bericht dat tante Diny is gevonden en nog leeft maakt hen erg blij. Even later komt tante Karin ook on-line. We kletsen wat en vertellen de laatste nieuwtjes. We spreken af morgen om dezelfde tijd weer on-line te komen. Karin zal het de meiden laten weten. Dan is de tijd om, de winkel gaat sluiten, het is 23.00 uur. Tijd om terug naar de kamer te gaan voor een rapport van deze gedenkwaardige dag.

Zaterdag 22 januari:

Voor vandaag staat er niet veel op het programma. We nemen de tram naar de City en zien daar wel wat we gaan doen. We lopen wat rond en plotseling staan we voor de Queen Victoria Market. In eerste instantie ziet het er uit alsof er alleen maar groenten, fruit, vis en vlees verkocht wordt maar als we er doorheen lopen blijkt er nog een hele afdeling met van alles en nog wat te zijn. Erg leuk, hier kunnen we aan het eind van de vakantie wel wat souveniertjes halen! Ik koop een hoed voor mezelf, want als de zon schijnt is een petje eigenlijk niet voldoende, de zon steekt dan vreselijk in je nek.

Daarna lopen we weer richting station. Terwijl Frans foto’s van een gebouw staat te maken springt het stoplicht op groen. Ik wil vast oversteken maar als ik van de stoep af wil stappen glij ik zomaar weg en belandt op mijn knieën op straat. Wel voor schut! Ik weet niet hoe snel ik weer omhoog moet krabbelen. Een grote schaafplek op mijn scheen en een wondje aan mijn grote teen maar het ergst van al, wel 50 mensen die het hebben gezien! Bah.

We besluiten vandaag een keertje in St. Kilda te eten en daarna duiken we nog even de internetshop binnen om te msn-en.

Zondag 23 januari:

Vandaag is het een heel bijzondere dag, vandaag gaan we op visite bij tante Diny.
Na 2 tramlijnen, een trein en een taxi komen we dan na 2 uur eindelijk aan bij Huize Avondrust in Carrums Down.
En daar zit ze dan, een breekbaar oud vrouwtje, liggend in een speciale stoel en helemaal van de wereld. Helaas heeft ze vandaag een off-day, ze is niet wakker te krijgen. Hans is er ook en met hem kletsen we een tijdje. Terwijl hij de foto’s bekijkt die we hebben mee gebracht komen de herinneringen weer boven. En dan doet tante Diny haar ogen open…
We praten wat tegen haar maar het is niet duidelijk of ze het begrijpt of niet.
Als Hans even weg is kijkt ze weer naar ons. Ik ga dicht bij haar hangen want ze is behoorlijk hardhorend en vertel haar wie ik ben en dat ze de groeten krijgt van Stien en Frans en laat haar hun foto zien. Of ze het begrijpt weet ik niet maar toch lijkt ze te glimlachen. Een van de verzorgsters komt er even bij zitten. Het is een Nederlandse vrouw en dus praten we in het Nederlands over het waarom ik naar Australië ben gekomen. Ik vertel haar dat ik er ben geboren en nu voor het eerst weer terug ben en ook hebben we het over de zoektocht naar tante Diny en hoe ik haar heb gevonden. Tante Diny zit tussen ons in. Hoewel ze haar ogen gesloten houdt verschijnt er toch een weemoedige lach op haar gezicht. Af en toe opent ze haar ogen en kijkt ons aan maar ze geeft verder geen enkele blijk van herkenning. En toch heb ik de indruk dat ze er wel wat van begrepen heeft. Als Hans terug komt vertel ik haar dat we over 4 weken nog een keertje terug komen en weer glimlacht ze. We bekijken nog even haar kamer en dan nemen we afscheid. Hans zet ons af bij het station. Uiteraard nadat we adressen hebben uitgewisseld.

Als we weer terug zijn in de City is het inmiddels al 15.00 uur. We lopen naar de Rialto Tower voor een kijkje vanuit het Observation Deck op de 54e verdieping, 253 meter boven de stad.
Adembenemend, wat is dat mooi. De hele stad ligt aan onze voeten met op de achtergrond een diepblauwe zee. Kilometers ver kun je kijken, helemaal rondom.
Tenslotte brengen we nog een bezoek aan het Melbourne Aquarium maar dat valt een beetje tegen. Het was wel mooi maar we hadden er meer van verwacht. Maar dat geeft niet, deze dag is in elk geval de moeite waard geweest!

25 januari:

Maandag hebben we de camper opgehaald. Die viel beslist niet tegen. Een Ford-bus van 5,70 meter lang en 2,70 meter hoog. Hartstikke luxe van binnen. Aan de ene kant staat een toilet/douchecabine met afzuiging! Daarnaast een kastje waar je wat kleding in kunt hangen met daarboven een magnetron en een airco. Deze laatste blijkt goud waard want er zijn voor morgen temperaturen voorspeld van maar liefst 37 graden! Naast dit kastje staat nog een grote bank met daarboven nog kastjes.
Aan de andere kant staat een aanrechtblok met een wasbak, een 3-pits gasstel met elektrische ontsteking, een ijskast met vriesvak, een ladekastje en een aanrechtkastje met ingebouwd prullenbakje. Naast het aanrechtblok ook weer een grote bank. Over de gehele kant nog bovenkastjes. Alle kasten zijn voorzien van een speciale sluiting die we kunnen vergrendelen zodat er onder het rijden niets open kan springen.
Het tafeltje tussen de banken is zodanig bevestigd dat je hem alle kanten op kunt schuiven zodat hij tussen de banken in kan hangen maar ook aan de kant zodat de doorgang vrij blijft.
De camper is voorzien van al het nodige serviesgoed, pannen, bestek, schalen, beddengoed en linnengoed. Als we iets tekort komen mogen we het bij vragen.

De eerste rit gaat niet ze heel erg ver. We rijden naar Ballarat waar we wat inkopen doen en een camping zoeken. We hebben geluk, naast het park van Sovereign Hill is nog plaats op de camping. We boeken voor 2 nachten.
Als we de tafel en stoelen voor buiten uit de camper willen halen hebben we een probleempje, er zit nl. maar 1 stoel bij. We bellen naar de Kea hulplijn en krijgen te horen dat we er maar een bij moeten kopen en de bon bewaren. Gelukkig dan hoeven we niet helemaal terug naar Melbourne en in een winkel vlakbij hadden we deze stoelen al zien staan.

De volgende ochtend gaat het naar Sovereign Hill. Een nagebouwd oud mijnwerkersstadje. We kunnen er te voet naartoe. Het is inderdaad een heel leuk park. Je komt binnen meteen in een mijnwerkerskamp terecht waar de tenten staan, compleet ingericht zoals men er vroeger in woonde. Wat een zootje! We kunnen in een stroompje proberen of er nog wat goud te zeven valt maar helaas…
Dan gaat het naar de hoofdstraat. Allemaal mooie oude huisjes,
niet alleen gevels maar echte huizen, je waant je zo in het wilde westen. Een ritje met een koets is een openbaring. Terwijl je kaarsrecht zit wordt je alle kanten op geschud. En dan te bedenken dat de mensen daar vroeger enorme afstanden in aflegden.
Ook bezoeken we nog een goudmijn van binnen. Helaas is ook het goud wat daar nog te halen valt het werk dat ervoor nodig is niet meer waard…
Tenslotte nog een bezoekje aan het Goldmuseum waar voor tonnen aan goud tentoon gesteld is en dan zit ook deze dag er weer op.

26 Januari, Australia Day:

Vandaag is het Australia Day, een officiële feestdag. Maar het enige wat wij er van merken is dat alle winkels op de supermarkten na gesloten zijn. We hebben besloten om vandaag de goudmijnersroute te rijden die loopt van Ballarat via Daylesford, Castlemain en Bendigo en dan weer terug via Marybourough naar Ballarat. Aan het eind kunnen we dan richting Geelong van waaruit we kunnen starten met de Great Ocean Road. Onderweg komen we af en toe door een oud stadje met vele leuke geveltjes maar wat we vooral zien is land. Kilometers land, soms vlak, soms heuvelachtig. Je kunt zien dat het lang droog is geweest, alles is geel. Een prachtig gezicht. Hoewel we regelmatig een bord tegenkomen dat aangeeft dat we op moeten letten voor overstekende kangaroes laten de beestjes zelf zich niet zien.
Bij de plaatsjes Daylesford en Castlemain stappen we even uit maar omdat ze allemaal een beetje hetzelfde eruit zien rijden we bij de andere plaatsjes door.
Bendigo wordt wel weer een stop. In de gids staat dat daar een ritje met de “Talking Tram” zeker de moeite waard is dus besluiten we dat te doen. En het is inderdaad een heel leuke attractie. Het is niet druk, sterker nog, we zijn de enige passagiers op deze rit. De tram brengt ons langs vele bezienswaardigheden en ondertussen vertelt een bandje wat het allemaal is. Vandaar de naam Talking Tram.
Dan gaat het weer verder, richting Marybourough. Onderweg rijden we door kilometers bos. Het lijkt of er hier enige tijd geleden een flinke bosbrand geweest is. De bomen hebben wel allemaal een kruin met groene bladeren maar alle stammen zijn zwart of kaal en ook de bodem heeft bijna geen begroeiing en ziet zwart. We komen kilometers lang geen ander verkeer of huizen tegen. Als we rond 17.30 uur eindelijk het stadje bereiken besluiten we hier een camping te zoeken voor de nacht. Dat blijkt erg eenvoudig, we hadden het nog niet gezegd en het bordje met de caravan verscheen al langs de weg. Nadat we de camper op zijn plaats gezet hebben lopen we even naar het centrum. Ook dit is weer een heel mooi stadje met vele mooie oude typisch Australische geveltjes met aan de voorkant een afdak met smeedijzer langs de bovenkant. Het is duidelijk dat het hier al lang niet geregend heeft, de vijver die langs de camping ligt staat bijna helemaal droog. En op alle wasbakken op de camping staat of we zuinig willen doen met water omdat dat hier schaars is! Waarschijnlijk hebben ook alle muggen uit het binnenland zich hier bij het beetje water dat er nog in de vijver over is verzameld dus besluiten we de rest van de avond maar binnen in de camper door te brengen. En na een paar uurtjes onder het genot van een hapje, een drankje en de airco zit ook deze dag er weer op.

28 januari 2005, vrijdag

Gisteren zijn we vanuit Marybourough naar Geelong gereden. Onderweg ook weer een heel uitgestrekt landschap dat nodig verlegen zit om een flinke regenbui maar toch ook erg mooi is, af en toe onderbroken door een klein plaatsje.
Geelong blijkt een mooie grote kustplaats te zijn. We lopen wat langs de kust en maken een rondrit in de Citycircle, een gratis busdienst die door het hele plaatsje rijdt en waar onderweg door een bandje vertelt wordt wat er te zien of te doen is. Het enige dat we echt hebben gepland voor Geelong is het nationale wolmuseum. Omdat Australië voor een groot deel zijn welvaart aan de wolindustrie te danken heeft vinden we dat een must.
Maar eigenlijk valt het museum heel erg tegen. We zien een wazig filmpje van een schaap dat geschoren wordt en een aantal beelden van verschillende soorten schapen. We kunnen aan wat verschillende soorten wol voelen en in een andere ruimte staan enkele machines die voor de wolverwerking worden gebruikt. Ook daar kunnen we wol voelen in verschillende stadia van verwerking. Maar niets werkt echt. Dus weten we half uur later als we aan het eind van het museum aangekomen zijn nog niet veel meer.
We kuieren wat door het winkelcentrum en uiteindelijk besluiten we door te rijden naar de plaats Torquay van waaruit we dan morgen zouden kunnen beginnen met de rit over de Great Ocean Road.

Vandaag de rit over de Great Ocean Road. We hebben er al veel over gelezen en zijn erg benieuwd of het echt zo mooi is….

Vanuit het caravan park dat net voor Torquay ligt starten we de rit. Nauwelijks 20 minuten later gaat de weg langs een prachtig strand. We stoppen even en lopen het strand op.
Schitterend. Scheveningen zou willen dat ze zo’n mooi strand hadden! Zo ver we kunnen kijken is het wel 50 meter breed en de zee ligt er prachtig blauw achter te schitteren. En nog geen 20 man te zien! Na een kwartiertje pootje baden gaan we toch maar weer verder, we moeten nog zo’n eind.,,
Al snel begint de weg te klimmen. Hij is behoorlijk bochtig. Soms gaat hij door het binnenland en dan weer langs de zee. Af en toe gaan we op grote hoogte vlak langs de rand. Het geeft wel prachtige vergezichten maar is af en toe ook doodeng.
Af en toe is er de gelegenheid om uit te stappen en daar maken we grif gebruik van.
Het is werkelijk adembenemend. Vanuit grote hoogte kijken we neer op een schitterend blauwe zee met een behoorlijk sterke branding, veroorzaakt door de vele rotsen (het heet hier niet voor niets de shipwreck coast) onder water.
Dan gaat de weg een stukje het binnenland in. Net reden we nog langs de kust, ineens zitten we midden in het regenwoud. Otway National Park heet het hier. Zo ver we kunnen kijken bomen van wel 50 meter hoog. En de weg loopt daar dwars doorheen!
Als er bij een zijweggetje een bord staat dat verwijst naar een historische vuurtoren besluiten we die te gaan bekijken. Het is wel 12 km verder maar dat is hier in Australië een afstand van niks…
Plotseling stopt het regenwoud. Na een stukje van open velden komen we bij een bos van eucalyptusbomen. En dan, zomaar langs de weg zitten er ineens 2 koalabeertjes in de boom!

Gelukkig kunnen we vlakbij stoppen. Wat is dat prachtig. Nog nooit hebben we zo’n beestje in het echt gezien, bij ons zitten ze zelfs in de dierentuinen niet en hier zitten ze zomaar langs de weg! Het zijn gelukkig erg luie dieren dus terwijl ik opgewonden onder de boom sta te wijzen blijven ze gewoon zitten. Een draait er een keer met zijn kop, waarschijnlijk vraagt hij zich af waar al die drukte goed voor is, maar meer beweging is er niet in te krijgen.
De vuurtoren is niet veel soeps maar doordat we onderweg de koalabeertjes zijn tegengekomen kan de dag niet meer stuk!

Terug, door weer een stuk regenwoud gaat het verder, richting Port Campbel. Langzaam maar zeker komen we in de buurt van de Twelve Apostels. Als er langs de weg een bord staat dat informatie beloofd stoppen we. We zien dat we er niet ver vanaf zitten. Dan blijkt er ook nog een trap naar de duinen op deze parkeerplaats te liggen….
En alweer adembenemend! Bovenop de duinen blijken we bovenop een gigantische klif te staan met verderop de eerste 2 rotsen van de 12 apostels. En waarschijnlijk omdat we nog niet op het officiële uitkijkpunt zitten verder geen mens te zien.
Een paar honderd meter verder dan eindelijk The Twelve Apostels. Ook hier weer staan we bovenop de klif. Aan beide zijden staan er losse rotsformaties in het water. We tellen er 9, de anderen zijn van hieruit niet zichtbaar. Prachtig. Een meter van onze voeten vandaan een steile rotswand, wel 50 meter naar beneden waar het water spierwit kolkt rondom gigantische rotsformaties….. Het is gewoon niet te beschrijven, zo mooi.


In het plaatsje Port Campbell stoppen we voor de volgende overnachting. En terwijl ik dit verslag zit te typen bekruipt me de gedachte: Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven op één dag zo veel verschillende mooie, of nee zeg maar gerust prachtige, dingen heb gezien!

Zaterdag 29 januari:

Vandaag gaat het naar Halls Gap, in de Grampians, een rit van zo’n 230 km. Richting binnenland. Maar we zijn nauwelijks vertrokken of we komen een bord tegen van de London Bridge. En natuurlijk moeten we daar stoppen. De London Bridge is een rotsformatie die zijn naam dankt aan de twee bogen die het water aan de onderkant uitgesleten heeft. Enkele jaren geleden is echter plotseling de boog die de rots met het land verbond ingestort. Nu staat er dus een losse boog in het water. Een prachtig gezicht.
Weer een stukje verder zien we een hele grote groep rotsen in het water liggen. En weer stoppen we om dat goed te kunnen bekijken. Fantastisch, wat is die kust hier mooi.

Eindelijk rijden we dan toch naar het noorden. Eindeloze vlaktes van geel gras, donkergroene bomen en struiken en vooral veel koeien en schapen. Als we aan het begin van de Grampians komen maakt de grasvlakte plaats voor bomen. En ook dat is een mooi gezicht. We draaien een weggetje in en zien de eerste kangaroes. Een stukje van de weg hupt een grote groep door het gras. Ze gaan echter zo snel dat we gen tijd hebben om foto- of filmcamera te pakken.
De weg gaat langzaam omhoog, de Grampians is een natuurgebied in de bergen. Af en toe zien we tussen de bomen door een prachtig landschap onder ons liggen. Ongeveer 4 km. Voor Halls Gap vinden we een caravanpark en besluiten vast een plaatsje voor de nacht te bespreken. We krijgen van de beheerder een zakje vogelvoer met de mededeling dat het voor de parkieten is die uit je hand komen eten. Ook vertelt hij dat er rond de schemering vaak kangaroes op het veld achter de camping verschijnen.

We zoeken ons plaatsje op en zien al snel dat het vergeven is van de witte kakatoes. Er lopen een stel jongeren met uitgestrekte handen. Er zitten inderdaad prachtige gekleurde vogels op hun armen en schouder. Als ik zelf het zakje voer tevoorschijn haal komen ze ook op mij af.
Het zijn geen kleine parkietjes, de vogels zijn maar iets kleiner dan Lorre is. Terwijl de parkieten op mijn armen zitten scharrelen er wel 20 kaketoes aan mijn voeten rond. Als ik weg loop, lopen ze keurig achter mij aan!

We gaan even in Halls Gap kijken. Het blijkt een echt toeristisch plaatsje met veel slaap-gelegenheden en veel souvenirwinkeltjes. Het informatiecentrum is niet ze heel erg informatief en na een uurtje gaan we weer richting camping. Er moet nog een was gedraaid worden!
Terwijl Frans staat te koken huppelt er ineens een groep van wel 10 kangaroes dwars over de camping heen, zo’n 10 meter van ons vandaan. En weer zijn we te laat met de camera’s…
Na het eten maken we een wandelingetje naar het veldje naast de camping. Met de camera’s in de aanslag! En eindelijk kunnen we dan de eerste film en foto-opnames van de beestjes maken. We kunnen ze zelfs tot op enkele meters naderen, ze blijven gewoon zitten.

Wat we graag wilden zien: de koala’s, de gekleurde vogels en de kangaroes zijn we in twee dagen allemaal al tegen gekomen…

En dan, vlak voor we gaan slapen heeft het land nog een letterlijk schitterende verrassing voor ons. Als ik de camper uit stap wordt ik getrakteerd op een sterrenhemel, zo mooi als ik nog nooit gezien heb. De hele inktzwarte hemel is bezaaid met miljoenen sterren, en velen daarvan zijn zo helder, zo schitterend, onvoorstelbaar.
Zondag 30 januari:

Vandaag staan de Grampians op het programma. Vanuit het Caravanpark rijden we naar de eerste stop, Boroka Lookout. Terwijl we met zweet in ons handen over een smal slingerweggetje tegen de berg omhoog kruipen met naast ons een afgrond van vele, vele meters diep staat er langs de weg een bord: maximum snelheid 100 km per uur! Nou, daar zitten we nog lang niet aan!
En dan bereiken we het uitkijkpunt. Hoog boven in de bergen krijgen we vrij uitzicht over het dal waar we hebben overnacht. We kunnen zelfs de plek zien waar het caravanpark zich moet bevinden maar we zitten te ver weg om er echt iets van te kunnen zien. Wel besluiten we niet meer terug te rijden hoewel we eigenlijk voor de volgende nacht al hebben betaald. Die weg nog 2 keer? Echt niet!
De volgende stop is de Reed Lookout. Vanaf de parkeerplaats is het ongeveer 1 km lopen naar de uitkijkpost. Hier vinden we de beroemde Balconies. Twee boven elkaar hangende uitstekende rotsen. Terwijl Frans op de uitkijkpost blijft klim ik op de bovenste rots. En terwijl ik daar sta heb ik het gevoel dat ik me boven op de top van de wereld bevind. Prachtig!
Tijdens onze tocht terug naar de parkeerplaats huppelt er als toegift vlak voor ons een kangaroe dwars over het pad.


En dan weer verder, naar de Macenzie Falls. De wandeling naar deze waterval is maar 1200 meter maar al snel blijkt dat een groot gedeelte daarvan recht naar beneden gaat. En wat we omlaag lopen moeten we ook weer terug omhoog!
Maar het blijkt zeer zeker de moeite waard. Een prachtige waterval die neerstort in een klein waterbekken. We komen helemaal aan de rand van het bekken terecht. Terwijl we staan te kijken worden we zachtjes besproeid door een zachte nevel van de waterval. We hebben hier ook prachtige foto’s van kunnen maken.
De tocht terug begint met vele, vele trappen. Hoewel we verzuchten: “waar zijn we aan begonnen,” hebben we er toch geen spijt van, het is echt de moeite waard.

Het vierde en laatste punt dat voor vandaag op het programma staat is Zumstein. Helaas is dat een tegenvaller. Het blijkt een picknickplaats te zijn van waaruit je naar een kangaroe-lookoutspot kunt maar er is geen kangaroe te bekennen, we worden er alleen opgevreten door de vliegen. En dus gaan we rap verder.

Het is pas 15.00 uur en eigenlijk hebben we alles wat we in de Grampians wilden bezoeken in een dag al gedaan dus rijden we door richting Adelaide. We stoppen in het plaatsje Bordertown, ongeveer 290 km voor Adelaide, voor een overnachting.

2 februari 2005:

Twee dagen geleden zijn we van Bordertown Richting Adelaide gereden. Het idee is om eerst naar Kangaroo Island te rijden, een groot eiland ongeveer 100 km ten zuiden van Adelaide. Je kunt er alleen maar met een veerboot naartoe.

Het eerste stuk is “snelweg”. In Australië betekent dat een grotendeels 2-baans weg met af en toe een inhaalstrook aan een van beide zijden. Op deze weg mag dan 100 of 110 km per uur gereden worden. Het is tevens het eerste stuk dat ik met de camper rij. Eigenlijk valt het best wel mee, alleen het schakelen met de linkerhand is even wennen.
De weg naar Adelaide is erg saai. Het landschap is geel en dor en verandert niet veel. Wel mooi maar ook urenlang mooi van hetzelfde gaat vervelen. Doordat het zo rustig is op de weg is het zelfs slaapverwekkend. Dan moeten we van de weg af naar het plaatsje Yankalilla waar we op de Ferry naar Kangaroo Island kunnen. Maar we gaan er eigenlijk te vroeg af en komen terecht op allerlei kleine binnenweggetjes met bomen die bijna op de weg zelf staan en afgronden langs de weg zonder vangrail. En op deze weggetjes mag je maar 100! Gelukkig rijdt Frans dit stuk, die is ondertussen beter aan de Camper gewend.

Als we eindelijk in het plaatsje aankomen zijn we helemaal gaar. De mevrouw van het informatiebureau bespreekt voor ons de Ferry voor morgenochtend en verwijst ons naar een Caravanpark vlakbij. We blijken de enige kampeerder te zijn die er staat. Maar we krijgen al snel gezelschap van enkele kangaroes die van het gras op de camping komen eten.

De volgende ochtend staan we netjes een half uur voor vertrek bij de Ferry. Drie kwartier lang gebeurt er niets. Dan beginnen er wat personeelsleden aan te komen. Weer een kwartiertje later wordt ons vertelt dat de Ferry een Enginge Break-down heeft en niet uitvaart. Tju, dat is balen!
We besluiten de reservering een dag op te schuiven en vandaag naar Adelaide te rijden, dan kunnen we na Kangaroo Island gelijk door naar Sydney. Onderweg blijkt dat deze weg een stuk sneller gaat en dat we dus op de heenweg beter nog een stukje door hadden kunnen rijden naar Adelaide voor we naar de Ferry afsloegen.

Adelaide vinden we niet zo veel aan. Het begint al met het probleem om een parkeerplaats voor de camper te vinden. In de parkeergarage past hij niet (te hoog) en bijna alle parkeerplaatsen zijn maar 2 of 3 uur geldig. Uiteindelijk vinden we er een maar hebben niet genoeg muntgeld om een hele dag te parkeren. Als we een aardige meneer vragen of hij een briefje kan wisselen geeft hij ons zomaar 2 dollar. Wisselen kan hij niet maar die had hij zelf niet nodig voor de parkeerautomaat. Echt heel aardig!
Er zijn wel wat mooie gebouwen maar natuurlijk kennen we de stad niet en na een stukje lopen belanden we in het winkelcentrum. Dat is gigantisch groot en we brengen er een paar uurtjes door. Helaas kunnen we niet veel kopen, er is zoveel maar we kunnen het niet mee nemen in het vliegtuig. Jammer hoor.

Om 16.00 uur besluiten we al weer terug te rijden. We logeren nogmaals een nachtje op de camping bij de Ferry en staan er dan de volgende ochtend weer netjes om 7.30 uur paraat om in te checken.

En weer gebeurt er tot 8.00 uur niks. Dan begint er beweging in te komen. Er komt wat personeel aan en de boot gaat open. Hé hé, gelukkig hij vaart. Maar waarom wij al om 7.30 uur moeten inchecken terwijl ze zelf pas om 8.00 uur aankomen is ons een raadsel.
De boot is niet ze heel erg groot, hij kan 38 auto’s en 250 passagiers vervoeren. Er gaan echter maar 5 auto’s en 10 passagiers mee. De zee is nogal wild, het heeft ’s nachts nogal geregend en gewaaid en eigenlijk is het weer nog niet zo heel erg best.
Zodra we de baai uitvaren begint het behoorlijk te schommelen. Met angst en beven kijk ik naar de camper die vanwege zijn hoogte op het buitendek staat. Het lijkt wel of hij met zijn wielen van de grond komt, zo schommelt hij. Maar gelukkig, hij blijft de hele reis netjes staan. Na een nogal wilde reis, waar 2 van de 10 passagiers (gelukkig wij niet) de nodige kotszakjes hebben verbruikt zijn we dan eindelijk bij Kingscote, de aanlegplaats op Kangaroo Island.

Nou zo iets heb ik nog nooit gezien. De boot moet aanleggen aan een steiger die vanaf het land zo’n 100 meter het water in steekt. Niks beschutte baai dus, gewoon midden in de golfslag. Na een hoop gehobbel en gedraai ligt hij eindelijk op zijn plaats. De afrijplaat zakt omlaag op de steiger maar door de golfslag komt hij steeds weer omhoog en beweegt hij boven de steiger heen en weer. En daar moeten wij met de camper over…
Als laatste mogen wij van de boot af. Als we met 2 wielen op de afrijplaat staan komt er weer een behoorlijke golf en krijgen we het sein dat we even moeten wachten. Op het moment dat de boot weer even wat rustiger ligt snel er af…. Wat een avontuur.
Ook het rijden over de steiger geeft niet echt een veilig gevoel. De planken zien er niet zo stevig uit en liggen niet eens tegen elkaar! Poe ben ik blij als we vaste grond onder onze wielen hebben. Maar we moeten wel nog terug.

We hebben een camping uitgezocht helemaal aan het eind van het eiland. Vandaag rijden we dan langs de ene kant er naartoe en morgen langs de andere kant terug. Zodra we het dorpje uit zijn (dat is ongeveer 200 meter breed!) zien we geen verkeer meer op de weg. We rijden 80 km. En komen maar 4 andere auto’s tegen. Wel liggen er langs en op de weg wel 20 kadavers van aangereden dieren, meest walibi’s. Echt deprimerend. Waarom halen ze de maximum snelheid niet omlaag, 100 km per uur is toch ook veel te hard in zo’n natuurgebied. En dit eiland is bijna helemaal natuurpark. Bah, wat een nare weg.

We stoppen bij Kelly’s Hill Cave. Een grot die ontdekt is door een man die rondreed op zijn paard Kelly. Terwijl hij met een verloren schaap bezig was verdween zijn paard in een gat in de bodem en kwam niet meer terug. Het bleek in een grot gevallen te zijn. Vandaar de naam Kelly’s Hill cave.
De tour zou om 14.00 uur beginnen en om 14.20 uur is er weer nog niemand te zien. En terwijl we ons af zitten te vragen of ze in Australië normaal is om zo laks met de tijd om te gaan heeft Frans ineens de oplossing: Tussen de staten Victoria en South Australië zit een tijdsverschil van 30 minuten. En wij hebben nog steeds de tijd van Victoria (Melbourne) op de klok staan. Dus iedereen, ook de boot, was wel degelijk op tijd maar wij waren overal een half uur te vroeg!
De tour door de grotten, die dus precies om 14.00 uur begint, duurt ongeveer 40 minuten en is mooi. De grotten blijken vol te staan en te hangen met stalagmieten en stalactieten.

Dan gaat het weer verder naar de camping. Ook hier is weer plaats genoeg.
Ondertussen hebben we een ander probleem, vandaag is Cissy jarig, haar 21e verjaardag nog wel. Dus we willen haar persé bellen. Maar geen van beiden hebben we bereik op het eiland.



Op de camping blijkt wel een telefoon te zijn, verstopt in een oud bakkerskarretje, maar daar is de monteur aan bezig, die is stuk De juffrouw aan de receptie belooft ons dat als hij niet op tijd gemaakt is wij mogen bellen vanuit het kantoor. Pfff gelukkig.

Naast de camping ligt een bos dat aangegeven wordt als Koala Walk. We gaan er een kijkje nemen en struikelen er zowat over de wallabi’s. (kleine kangaroes). Ook de gekleurde parkieten zijn volop aanwezig. En dan komt er een stukje met een aantal eucalyptusbomen op een rij en daarin zitten wel 6 verschillende koala’s. Schitterend.
De luie beestjes bewegen zich amper maar zien er toch schattig uit. We besluiten na het eten terug te gaan, meestal worden ze in de schemering wat aktiever.

Ook op de camping zelf zitten veel wallabi’s. Ze scharrelen op hun gemakje tussen de caravans door maar als je te dichtbij komt gaan ze er toch vandoor. En in de eucalyptusboom naast onze camper zit een klein koalabeertje zich tegoed te doen aan de blaadjes.

We bellen Cissy als het in Nederland 8.15 uur is (hier in South Australia is het dan 17.45 uur).
Van een ouderwets autootje hebben ze een telefooncel gemaakt, hartstikke leuk. Gelukkig doet de telefoon het wel, we kunnen alleen niet zien hoeveel geld we nog hebben. Als hij plotseling afbreekt wisselen we nog wat papiergeld voor dollars en bellen nog eens.
Gelukkig gaat thuis ook alles goed. Fijn om dat stemmetje weer even te horen.

Tijdens de wandeling na het eten vallen we met onze neus in de boter. Eerst zien we tussen de wallabi’s enkele grote kangaroes rondhuppelen en als we bij de koala’s komen blijken ze inderdaad wakker te zijn. Niet dat ze nu wel aktief zijn maar ze kijken tenminste. En terwijl we bij een van de bomen staan te filmen besluit een grote koala dat het tijd is om in de volgende boom te gaan zitten. Op de plek van een andere koala!
Hij klimt naar beneden en kuiert op zijn gemakje naar de volgende boom. En terwijl hij brommende geluiden maakt klimt hij er in. De koala die daar zit zet het op een schreeuwen en klimt vliegensvlug naar beneden, gevolgd door de grote. Bovenin zit er nog een zijn best mee te brommen.
Als de grote koala de andere uit de boom gejaagd heeft blijft hij aan de voet nog even zitten genieten van zijn overwinning. De ander is het bos in gerend en zit op een afstand te brommen. Dan klimt de grote weer in de boom, bromt nog even tegen het kleintje dat nog bovenin zit en hevig terug bromt en dan keert de rust weer. En dat alles recht voor onze neus!
We staan er nog geen 3 meter vanaf en ze doen net of wij er niet zijn. Fantastisch en het staat nog op de film ook!

3 februari 2005:

Vanochtend is het ook geen mooi weer. Het is bewolkt en waait flink.
We vertrekken rond 10.00 uur vanaf de camping richting Kingscote. We rijden nu via de noordelijke Hyway. Ook hier vinden we veel doodgereden dieren langs de weg, meest wallabi’s.

De eerste stop is het Parndana Wildlife Park. Volgens de folder belooft het heel wat maar als we er aan komen zien we wat kleine gebouwtjes staan en enkele kooien. En verder geen mens te zien. We gaan toch maar naar binnen en zijn inderdaad de enige bezoekers. Als we wat verder door lopen blijkt het park toch een stuk groter dan we in eerste instantie dachten. Voor de hoofdzaak bestaat het wel uit kangaroes, wallabi’s, parkieten en papagaaien maar er zijn toch ook een hele hoop andere dieren te bewonderen. De meesten hebben een gigantische wei ter beschikking zodat ze volop kunnen rennen. Als we het gedeelte wet-lands binnen gaan komt er een hele meute eenden, zwanen en ganzen op ons af stormen. Blijkbaar denken ze dat wij ze eten komen brengen. We vinden het sneu dat we niets voor ze hebben dus stappen we maar snel weer het poortje uit. Per ongeluk vindt Frans nog een grote loods waar je doorheen kunt lopen. Hier zitten massa’s vogels en tropische planten. Schitterend.

Na een uurtje of wat hebben we het wel gezien en rijden we weer verder. We stoppen bij een uitkijkpunt langs de weg. Hier hebben we uitzicht over kilometers velden, bossen en bergen. Terwijl we staan te kijken komt er een herder met een grote kudde schapen langs.

Op de route naar Kingscote ligt ook nog iets dat heet Sheep Diary. We weten niet wat het in houdt maar gaan er toch even langs. Het blijkt een kleine kaasfabriek waar ze zelf de schapen melken. We krijgen een film te zien, proeven wat schapenkaas en schapenyoghurt en vervolgens krijgen we te zien hoe de beesten worden gemolken. Best interessant.

Als we hier weg rijden komen we na een paar honderd meter langs een weiland waar midden tussen de schapen een grote kangaroe staat te kijken. Een erg leuk gezicht dus stoppen we eventjes. Er komt een ram naar ons toe en stopt zijn kop door het gaas van het hek. Als ik voorover buig om hem te aaien valt voor de zoveelste keer mijn zonnebril van mijn hoofd.
Ik mopper dat het ding op een of andere manier erg wijd is geworden en Frans zal wel eens kijken of hij iets aan kan doen. Hij pakt de bril en begint te buigen…..
En breekt hem over de helft. Terwijl ik verontwaardigt uitroep:”Hé, wat doe je nou” begint hij te schaterlachen! “Ha, ha, die goedkope brillen kan ik buigen zoveel ik wil en die dure bril van jou breekt zomaar over de helft! Ha, ha.”
“Nou,”vertel ik hem, “dat is niet leuk, nou heb ik geen zonnebril meer!”
“Och,” hikt Frans lachend, dan zet je toch voor elk oog een glaasje op!”
Hij komt bijna niet meer bij van het lachen, de vernielert. Maar wacht maar als hij de prijs ziet van de nieuwe bril die ik ga kopen!

In Kingscote aangekomen bespreken we de camping voor de nacht. Daarna rijden we nog even naar het dorp. Langs de kade is een plekje waar elke dag om 5.00 pm uur pelikanen gevoerd worden. Terwijl we daar op wachten lopen we wat rond. We worden aangesproken door een jonge vrouw die vraagt of we de pelikanen zoeken. Dan blijkt ze van de Ferry te zijn war we morgen weer mee over moeten. Ze vertelt ons dat vanwege de wind alle vaarten van vandaag, morgen en overmorgen afgelast zijn, de Ferry zou wel kunnen varen maar de zee is zo ruw dat hij niet aan kan leggen aan de steiger van Kingscote. Nou daar hadden wij ook al onze twijfels over, gezien de manier hoe wij van die boot af moesten rijden. Ze reserveert voor ons een plaatsje voor morgen bij de Ferry van Seelink. Die kan wel varen omdat hij in een beschutte baai aan kan leggen. En hij doet ook maar 45 minuten over de tocht, iets wat ik met dit weer toch ook wel prettig vindt. Maar goed dat we nog even naar de pelikanen waren gaan kijken, anders hadden we er morgen pas achter gekomen als we op de boot stonden te wachten! Ze had wel mijn telefoon ingesproken maar ik heb op dit eiland helemaal geen bereik.

Het voeren van de pelikanen is ook een belevenis. We mogen op de rotsen gaan zitten langs het water en de vogels zitten bijna tussen ons in. We worden wel gewaarschuwd ze niet aan te raken want dan zouden ze wel eens kunnen bijten. Wat zijn die beesten groot. De man vertelt dat het niet alleen de grootste soort maar volgens hem ook de mooiste soort ter wereld is. Ze hebben witte koppen, lange grijs/witte halzen, een witte en wat gelige borst en zwarte rug en vleugels. De lange snavels zijn wat roze en hebben een violette streep aan de zijkant over de hele lengte. Ze zien er wel erg koddig uit met die grote snavels. Door de gele ring om hun ogen lijken die alsof ze niet echt zijn. Ze worden dagelijks bijgevoerd omdat het een erg grote groep is en ze anders te veel schade aan de visstand in de buurt aan zouden brengen. En het is tevens een leuke attractie voor de toeristen.

4 februari 2004:

Vandaag vertrekken we vanaf Kangaroo Island naar Sydney. Een flinke trip van ongeveer 1500 km. De Ferry vertrekt om 11.30 uur. Hij blijkt een stuk groter dan die van de heenweg. De overtocht is dan ook veel rustiger. We kunnen zelfs boven op het buitendek zitten zonder van de boot te waaien…

Vanaf Cape Jervis gaat het richting Adelaide. Het gaat maar langzaam over deze smalle weggetjes. Pas rond 16.30 uur hebben we de Freeway (de Echte snelweg hier) en kunnen we door rijden. We stoppen om 19.30 in het plaatsje Pinnaroo, simpelweg omdat het het eerste caravanpark is dat we de laatste 150 km zijn tegengekomen en we verwachten de volgende 200 km ook niets meer. Het is hier echt een uithoek!

6 februari, zondag:

Na een dag alleen maar reizen door een dor en droog land waar echt niks te zien viel bereiken we dan vandaag de hoofdstad van Australië, Canberra.

Omdat Sydney en Melbourne steeds ruzieden over wie zich de hoofdstad van Australië mocht noemen werd er in 1922 een nieuwe stad opgericht als Capital City, Canberra. In een aantal jaren werd een compleet nieuwe stad uit de grond getrokken en dat is te zien ook. De stad heeft een heel eigen sfeer, omdat er natuurlijk ook geen oude gebouwen zijn. Hij is ruim opgezet en ook het verkeer heeft er ruim baan. Een beetje saai eigenlijk.

Als eerste bezoeken we Capital Hill, het belangrijkste stuk waar ook het parlementsgebouw ligt. Een mooi modern gebouw boven op een heuvel. Het mooiste is eigenlijk nog het moderne zilverkleurige wapen van Australië boven de ingang. En de Australische vlag die er op een paar ijzeren pilaren boven wappert.
Vanaf het voorplein loopt een heel brede straat recht naar het water. Hier staat ook nog het “oude” parlementsgebouw, maar ook dat is nog geen 80 jaar oud. Aan de overkant gaat het weer verder en achteraan staat het Nationale Oorlogsmonument. Een prachtig uitzicht.

We slenteren wat langs de waterkant, bezoeken een museum dat vertelt over het ontstaan van de stad en dan zijn we eigenlijk uitgekeken. Onderweg naar de auto besluiten we nog snel even langs het oorlogsmonument te gaan. En dat is erg mooi. We lopen door een poort en komen in een soortlangwerpige binnenplaats met aan weerszijden een galerij met aan de muren grote platen met allemaal namen van soldaten die in de 1e en 2e wereldoorlog zijn gesneuveld. Aan het eind van de binnenplaats staat een hoog vierkant gebouw met hoge gebrandschilderde ramen en een gigantische koepel erop. Dit blijkt het graf van een onbekende soldaat. Voor dit gebouw brandt een eeuwige vlam, maar het bijzondere is dat de vlam brandt in een schaal met water. Brandend water dus!

En we vallen met onze neus in de boter, ze gaan sluiten en dus zijn we getuigen van de dagelijkse sluitingsceremonie. Terwijl iedereen bij de poort moet wachten komt er een man in een schotse kilt die een lied op zijn doedelzak blaast. Niet dat het mooi klikt, maar het is wel erg indrukwekkend. De schot verdwijnt al spelend in de koepel en de deuren gaan dicht. Prachtig.

We rijden nog een 80 km. Richting Sydney en overnachten in Goulburn

7 februari :

Vandaag gaan we naar Sydney. We hebben een Big 4 caravanpark in een buitenwijk van de stad gevonden en telefonisch besproken. We doen het hier luxe, we hebben een powered site on suite genomen. Dat wil zeggen dat we voor een paar dollar meer een eigen hokje hebben met douche en toilet, recht naast de camper. Echt tof!

We houden het vandaag wat rustiger. We doen de broodnodige boodschappen, we draaien een paar wasjes en gaan lekker zwemmen op de camping. Na al dat rijden een lekkere manier om de dag door te komen!

8 februari:

Vandaag staat het centrum van Sydney op het programma. De camper kunnen we op de camping laten staan, recht voor het caravanpark gaat een bus naar Blacktown en van daaruit kunnen we met de trein naar de City. We kunnen daar dagkaarten voor pakken waarmee we zowel de trein als de bus als de veerboten op mogen. Zo gezegd, zo gedaan. Het is inderdaad niet moeilijk, maar als we eindelijk in het centrum aankomen zijn we wel al 1½ uur onderweg!

We lopen naar Darling Harbour omdat daar een informatiecentrum zit. We halen wat folders en kuieren wat rond. Omdat we graag zowel de Sydney Harbour Bridge als het Operahouse vanaf het water willen zien maken we een rondvaart. Even op het water is ook wel lekker want het is vandaag en bloedhete dag. En het is echt de moeite waard. Magnifique, wat is die brug groot! Vier gigantische torens houden een enorme boog in de lucht, echt mooi. Mijn vader is bovenop zo’n toren geweest maar ik klim er echt niet op!
Tegenwoordig kun je zelfs onder begeleiding de bogen beklimmen en we zien dan ook groepjes mensen bovenop staan. Nou, mij niet gezien!

Het operahuis vind ik een flop. Op alle foto’s lijkt het zo’n schitterend gebouw en de gids vertelt dat het gebouw 114 miljoen dollar heeft gekost, nou van mij nog geen kwartje. Van dichtbij vind ik het echt spuuglelijk! Van veraf is het prachtig maar van dichtbij is het een roestbruin gebouw met rare punten die betegeld zijn met beige tegeltjes. Het ziet er niet uit! Maar het is natuurlijk wel wereldberoemd en we hebben er dan toch maar zelf omheen gelopen!

Na de rondvaart pakken we een veerboot naar Circular Quai ofwel het centrum. We lopen wat rond dit stuk van de haven en genieten van het uitzicht op een enorme passagierboot die ligt aangemeerd. We bekijken de brug van onder af en lopen er een stukje onderdoor. Hij is echt gigantisch! Dan lopen we naar het operagebouw en bekijken dat van dichtbij. Het wordt er niet mooier op maar het uitzicht op de brug en de haven is hier prachtig. We luieren nog wat in de botanische tuin en dan is het tijd om weer terug te gaan.

In plaats van alles te treinen nemen we de veerboot naar Paramatta, een voorstadje niet al te ver van de camping af. De tocht daarheen duurt een uur en is veel leuker dan de trein. Van Paramatta met de trein naar Blacktown en dan met de bus weer naar de camping. Na twee uur zijn we daar dan eindelijk weer terug. Kunnen we lekker gaan douchen, dat is wel nodig want vandaag was werkelijk een bloedhete dag. Alle kleren kunnen gelijk in de was, zelfs de rugzak is nat van de transpiratie. Gelukkig zit er in de bus ook airco voor op stroom en die zetten we dan ook snel aan. Het is zo warm geweest dat alles wat we uit een kastje pakken gewoon warm aan voelt maar de leefruimte van de camper is al snel op een behaaglijke temperatuur. Nog een telefoontje naar Nederland want opa is vandaag jarig en dan zit de dag er weer op.

Woensdag 9 februari:

Vandaag willen we naar de Blue Mountains, een natuurgebied zo’n 80 km. Hier vandaan. We kunnen met de trein naar Katoomba en vandaar uit rijdt er een bus naar alle mooie plekjes in de omgeving. Maar al snel loopt het fout. Als we bij de bushalte komen blijkt niet om 8.45 uur maar om 8.33 uur te vertrekken. Gemist dus….
De volgende vertrekt dan pas weer om 9.20 uur en dat betekent dat we ook de trein naar Katoomba van 9.30 uur niet kunnen halen en dan moeten wachten tot 10.30 uur. Nou dan wordt het allemaal wel erg laat. Dus laten we het openbaar vervoer maar voor wet het is en gaan we gaan we met de camper op pad.

Als we in Katoomba aankomen kunnen we nergens een parkeerplaats vinden. Maar we staan wel ineens voor het Echo Point, het punt waar je op “de drie gezusters” uitkijkt. Hier kunnen we de camper voor maximaal 2 uur parkeren dus gaan we er eerst maar even van het uizicht genieten. En dat is schitterend. We lopen van de parkeerplaats naar een groot plein en aan het eind van dat plein houdt de grond ineens op en blijken we bovenop een hoge bergtop te staan. We kijken uit over een enorm groen dal, helemaal vol bomen, omringd door bergtoppen. Door deze bomen komen de Blue Mountains overigens aan hun naam, de vele eucalyptusbomen die er in het bos staan verspreiden een damp in de lucht die als een blauwe waas over de bergen hangt.

Aan de linkerkant zien we een uitlopende rots met daarop drie hoge puntige rotsblokken, de drie gezusters. Zij hebben deze benaming gekregen via een oude overlevering van de aboriginals….
Lang geleden leefde er hoog in de bergen drie zussen met hun vader die kon toveren. Ze waren er erg gelukkig, het enige dat hen hinderde was dat er in de buurt een slechte berggeest leefde. Om zijn dochters te beschermen moesten ze van hun vader als hij weg was hoog op een richel blijven zitten. Op een dag zaten ze daar toen er opeens een vreselijk gerommel klonk. De berg achter hun splitste zodat er alleen de richel waar ze op zaten nog over bleef. Door het kabaal was ook de berggeest wakker geworden. Deze stormde woedend op de zusters af. Vader die onderweg was en het zag gebeuren wilde hen beschermen en veranderde hen in steen met de bedoeling dit weer ongedaan te maken zodra de boze berggeest was verdwenen. Maar de geest was hierdoor nog veel kwader en ging nu op de vader af. Deze veranderde zichzelf in een paradijsvogel en vloog snel buiten bereik van de berggeest. Toen de geest zag dat er niets meer te halen viel droop hij af. Maar vader was toen hij in een vogel veranderde zijn toverbot verloren…..
Volgens de overlevering zoekt hij er nog steeds naar en zitten de drie gezusters nog steeds te wachten in de hoop dat ze ooit weer zullen worden verandert in een mens….

Ik hoop voor de drie gezusters dat het maar een verhaal is maar het uitzicht is in elk geval prachtig.

Daarna wijst de medewerker van het informatiekantoor waar we de auto kunnen parkeren voor de hele dag en kunnen we eindelijk met het trolleybusje mee. Deze brengt ons naar verschillende plekjes waar we een fantastisch uitzicht over de bergen hebben, maar eigenlijk komen al deze plekjes een beetje op hetzelfde neer maar dan steeds een beetje uit een andere hoek. De waterval blijkt een piepklein stroompje te zijn dat we van zo’n 100 meter afstand tussen de bomen door moeten bekijken dus dat valt wat tegen, maar ook hier is het uitzicht op de rest van de bergen fantastisch. En vlakbij vliegen 3 grote zwarte papagaaien zomaar in het wild voorbij!

We gaan nog even naar het plekje waar de kabelbanen vertrekken, het zijn 3 verschillende, de meest spectaculaire gaat 300 meter bijna loodrecht naar beneden, een blijft er hoog boven de bergen en de andere zit er een beetje tussenin. We lopen nog even door het stadje en dan rijden we weer terug naar de camping. De kennismaking met de Blue Mountains zit er voor ons weer op. Het was mooi maar ik vind de Grampians toch mooier. Vooral omdat je daar echt midden in de natuur zit en hier sta je eigenlijk aan de rand van de stad naar de natuur te kijken. En dat is echt heel anders.

Zaterdag 12 februari:

Op het moment zijn we al weer 3 dagen onderweg van Sydney naar Melbourne. We nemen hiervoor de Coastal Route, langs de kust dus. Dat wil niet zeggen dat we constant langs de kust rijden, de weg slingert nogal, dan weer langs de kust en dan weer een kilometer of 20 er vandaan. De route is prachtig. Voor het grootste gedeelte rijden we door berggebieden. Soms rijd je langs de bergwand omhoog en kijk je in een diepe afgrond, dan weer lijkt het alsof je door een dal in de alpen rijdt. Steile afdalingen en steile klimmen zijn aan de orde van de dag, het lijkt of er hier niets onder de 7% is. Waarschuwingsborden worden pas bij hoger dan 10% gezet en die komen we nogal eens tegen! Maar gelukkig heeft de camper er geen enkele moeite mee. Uren lang rijden we midden in bergachtige bossen en het dan ineens hebben we weer een prachtig uitzicht over de zee. Onderweg komen we verschillende mooie uitzichtplaatsen tegen, meestal staan we dan op een heel hoge plaats van waaruit we over de kust uitkijken. Werkelijk schitterend.

Een van onze stops, op de eerste dag is in het kustplaatsje Kiama. Het bijzondere hier is het Blowing Point. Dit is een gat in de rotsen waardoor de zee en de wind het water regelmatig als een metershoge fontein omhoog stuwt. Schitterend. Je kunt onder in het gat het water zien kolken en dan hoor je het wilder worden en ineens klinkt er een plof alsof er een enorme vlam aanspringt en dan spuit het water metershoog uit het gat! Echt heel bijzonder.

Vandaag zijn we aangekomen in het plaatsje Korumburra. Het ligt zo’n 80 km voor Phillip Island, het eiland bij Melbourne dat we willen bezoeken. We hebben voor dit plaatsje gekozen omdat er een kolenmijnersdorpje bij ligt. Volgens de folder staan er 50 gebouwen van rond 1880 of zo die geheel hier naartoe getransporteerd zijn en vervolgens gerestaureerd. Morgen gaan we daar een kijkje nemen. We zijn (alweer) benieuwd!

13 februari 2005, zondag:

Vandaag staat een bezoek aan Coal Creek op het programma. Dit is een park waar zo’n 50 oude gerestaureerde gebouwen bij elkaar gezet zijn. Het thema rondom Coal Creek is een kolenmijn. We zien er schattige huisjes, winkeltjes en vreselijk rommelige werkplaatsen en we staan op een plaat waar we kunnen voelen wat de mensen vroeger boven voelde als er onder in de mijn een explosie plaats vond. Het is er erg rustig, er zijn maar een tiental bezoekers.

Na een paar uurtjes hebben we het gezien en gaan we weer verder richting Kangaroo Island. We rijden naar San Remo waar de brug naar het eiland ligt. En net voor we daar zijn steken er vlak voor onze auto 3 reusachtige kangaroes de weg over. Gelukkig zijn ze nog zo ver weg dat we voor ze kunnen remmen en de tegenliggers ook. Wel een magnifiek gezicht!
De brug bij San Remo moet op de foto, want daar hebben we ook een oude opname van. Maar wat blijkt, hij is vernieuwd. De oude brug is verdwenen. We maken er toch enkele plaatjes van.

Op het eiland zoeken we een caravanpark en gaan dan richting Pinguïn Parade. Die is aan het andere uiteinde van het eiland. Het blijkt een vreselijk commercieel gedoe te zijn, iets wat we eigenlijk nog nergens hier in Australië hebben meegemaakt. De intree is veel duurder dan we tot nog toe ergens hebben moeten betalen en de kijkers worden er met bussen vol afgeleverd. Eenmaal binnen mogen we geen foto of video-opname meer maken. We worden met een hele berg mensen op een tribune gepropt en dan maar wachten tot de pinguïns aan land komen…
En na ruim een uur komen ze dan eindelijk. In het donker (er branden alleen een paar lampen die het begin van het strand verlichten) komen de eersten aangewaggeld. Een koddig gezicht.
Ze waggelen het strand over en verdwijnen dan in het groen. Na ongeveer 3 kwartier en zo’n 100 pinguïns later lopen we weer terug via de boardwalk. In het groen zijn de beestjes lang niet zo schuw als op het strand dus hier kunnen we ze goed bekijken.

En dan weer terug naar de camping. Over een weg waarvan je weet dat er veel wild over kan steken en waar 100 mag worden gereden! Dat doen we dus niet maar dan worden we volop ingehaald. Er liggen dus ook de nodige dode aangereden beesten langs de weg. Onbegrijpelijk dat de mensen daar zelf niet aan denken en in het donker wat rustiger aan doen! Al met al maakt dit de rit wel erg gespannen. Gelukkig bereiken we zonder problemen het caravanpark.

14 februari, maandag:

Vanochtend eindelijk een plekje gevonden waar we kunnen internetten. Hoewel het thuis al ongeveer 24.00 uur is krijgen we toch Cissy nog even op MSN en kunnen we de laatste nieuwtjes even uitwisselen en wat mailtjes versturen. Dan op naar het Koala Centre.

Het is een park waar zo’n 20 koala’s in hun natuurlijke omgeving worden bestudeert. Er is wel voor gezorgd dat ze er niet uit kunnen. Via de Boardwalk die door de bomen heen loopt kunnen we de beestjes op bijna de hoogte bekijken dat ze ook zitten. Maar ze slapen allemaal…
Van de ranger horen we dat de beestjes op hun dieet van alleen maar eucalyptusbladeren zo weinig energie binnen krijgen dat ze wel 20 uur per dag moeten slapen. Ze zijn dus niet lui maar besparen alleen maar energie.
Vlak bij ons, langs de boardwalk strijkt een prachtige kookaburra neer die zich rustig door ons laat bewonderen.

Dan rijden we vast richting Frankston en zoeken daar een plaatsje om te overnachten.


Dinsdag 15 februari:

De dag begint goed. Vandaag gaan we eerst naar tante Diny in de hoop dat ze op een doordeweekse dag iets wakkerder is. En dat is ze. Ze zegt nog geen woord maar ze reageert wel als wij praten. Ik vertel haar over mijn ouders en ik denk door de manier waarop ze mij aankijkt dat ze wel begrijpt wat ik zeg. Als ik haar vertel van het herseninfarct van mijn moeder schieten haar de tranen in de ogen…Ik vertel haar dat we zondag nog een keertje terug komen voor we naar huis reizen, niet wetende wat ons nog staat te wachten…

Daarna over de Nepean Hyway op zoek naar het huis in Brighton. En we vinden het. Althans de plaats waar het heeft gestaan. Het huis blijkt er niet meer te zijn maar het huis daarnaast dat ook op de foto staat is er nog wel. En het is zo te zien niks verandert. Op de plaats waar het huis van mijn ouders heeft gestaan staat nu een blokje van 3 woningen achter elkaar. Dat zie je hier wel meer, een huis voor en nog 2 huizen erachter met een brede inrit. Jammer dat het oude huis weg is maar wel fijn dat we de plek in elk geval nog gevonden hebben.
Op Brighton Beach bewonderen we de vrolijk geschilderde strandhuisjes waar het zo bekend om is.


Dan rijden we richting Healesville waar we morgen het Wildlifecentrum willen bezoeken. We kiezen de route die vlak langs de Balaclavaroad gaat. In het daaraangelegen Caulfieldpark (volgens de foto’s heette het vroeger Balaclavapark) staat nog een monument waar we foto’s van in het oude album hebben. Het monument is inderdaad zo gevonden en we maken nog enkele foto’s op ongeveer dezelfde manier als de oude foto’s gemaakt zijn. Helaas kunnen we het fonteintje niet meer vinden….


Verder richting Healesville over de Maroondah Hyway. Pffff wat een drukke weg. Het duurt vreselijk lang om de stad uit te komen maar ja, we zitten hier dus wel in Melbourne.
Drie km. voorbij Healesville ligt de Maroondah Dam, ook een van de dingen uit het album.
Het is niet moeilijk om die te vinden. Er ligt een heel park bij met barbecueplaatsen, picknicktafels en toiletten en is nog helemaal gratis ook.


Zoals verwacht is de dam oud maar wel mooi. De parkeerplaats ligt zo ongeveer helemaal beneden aan de droge kant (uiteraard) en na een slopende tocht over de zgn. Pink Stairway (een trap met donkere rood-rose stenen) staan we dan bovenop de damwand. Schitterend. Aan de ene kant en prachtig meer omgeven door bossen en bergen, aan de andere kant heel diep een prachtig park.



Terug beneden zitten er allemaal witte kaketoes rondom de parkeerplaats. We hebben nog steeds parkietenvoer van de Grampians in de camper liggen en besluiten dat aan deze vogels op te voeren. Als ik een paar handen voer op de grond gooi verschijnt er een prachtige rood-blauwe vogel (een soort grote parkiet) die boven mij op een tak gaat zitten. Ik doe mijn hand wat hoger en spreek hem zachtjes toe. Dan gaat hij op een paaltje vlak voor mij zitten. Ik ga door mijn hurken en houd mijn hand vlak voor hem. En dan stapt hij er op!
Deze prachtige vogel gaat zo uit mijn hand zitten eten! In de Grampians waren de vogels dat gewend, maar hier toch niet. Schitterend!


Na de Maroondah Dam is het tijd om een camping op te zoeken. We zijn geïnstalleerd en hebben net gegeten als de telefoon gaat…


Cissy, huilend…. Als ze zegt dat ze voor pappa een vreselijk bericht heeft denk ik eerst nog: “O jee, ze heeft de auto in elkaar gereden….”
Maar het is veel erger, oma is vannacht plotseling overleden. Mankeerde niets, alleen een beetje grieperig maar zover ze heeft begrepen vanmorgen gewoon niet meer wakker geworden. Jeetje, wat nu???

Een telefoontje naar Jack…niet thuis
Jack mobiel….voicemail

Een telefoontje naar Francien... Die is helemaal overstuur en ik kan niet duidelijk uit haar krijgen wat er precies gebeurd is. Wel spreek ik met haar af dat ze met de begrafenisondernemer uitstel voor de begrafenis regelen. We doen ons best maar kunnen waarschijnlijk niet in drie dagen terug zijn.

Een telefoontje naar het reisbureau…. Die verwijzen ons verder naar Elvira

Een telefoontje naar Elvira…. Dat is alleen maar de annuleringsverzekering dus die verwijzen ons door naar de reisverzekering. Maar ze weten wel te vertellen dat de VGZ dit via de ANWB regelt en geven daar het telefoonnummer van.

Een telefoontje naar de ANWB alarmcentrale…. 10 minuten in de wacht….. Dan een mevrouw die een hoop gegevens opneemt en belooft alles voor de terugreis te regelen.
Ze wil trouwens wel de gegevens van de overledene om te verifiëren of het wel waar is! Zo iets verzin je toch niet voor de lol!!!! Ze belooft te bellen zodra ze weet hoe de terugreis geregeld is en zal dit zo snel mogelijk doen.

Als we doornemen hoe het verder moet komen we er achter dat we morgen nooit de eerste vlucht naar Singapore kunnen halen als de ANWB dat zou regelen. Deze vertrekt al om 11.15 uur, je moet 2 uur tevoren aanwezig zijn en de camper kan pas om 9.00 uur ingeleverd worden. Bovendien moeten we onze koffers nog inpakken want die staan op het depot van de
Kea. Dus bellen we nogmaals met de alarmcentrale dat we niet eerder kunnen vertrekken dan met de vlucht van 17.15 uur.

Telefoontje naar Hans dat we zondag niet naar tante Diny kunnen komen…. Hans is er niet en ik krijg zijn vrouw aan de lijn. Hans vond het vorige keer ook erg leuk en verheugde zich net als wij op onze ontmoeting zondag maar ja het is niet anders…. Het ergst vind ik eigenlijk dat ik tante Diny belooft heb dat we zondag nog terug komen en dat ik die belofte niet kan houden. En gezien haar leeftijd denk ik niet dat we haar ooit nog zien…

Dan belt Karin…. Ze heeft op haar werk al geregeld dat ze ons op kan komen halen als we aan komen, ongeacht wanneer. Lief hoor. We beloven haar zo snel mogelijk door te geven wanneer dat is.

Om ongeveer 23.00 uur (hier) krijgen we een telefoontje van de alarmcentrale…, morgen om 17.15 uur vliegen we terug, om 23.45 uur (Singapore tijd) hebben we dan de aansluiting in Singapore. We bellen Francien om dit te vertellen maar omdat we in Singapore maar 1 uur voor de overstap hebben wat betekent dat we bij de minste vertraging het vliegtuig missen geven we daar door dat we waarschijnlijk pas op vrijdag aankomen en vragen haar de begrafenis niet voor zaterdag te regelen.

Telefoontje naar Karin om te vertellen dat we waarschijnlijk donderdag (eventueel vrijdag) om 7.00 uur Nederlandse tijd aankomen... Karin en Cissy halen ons dan op.

En zo eindigt op dramatische wijze wat als een fantastische vakantie is begonnen….

Geen opmerkingen: