Zodra we 's ochtends aan het ont
bijt beginnen komen onze gevederde vriendjes al weer aangevlogen. Ze hebben het blijkbaar rondvertelt want dit keer zijn ze maar liefst met z'n achten. En ze worden met de minuut brutaler, voor we het weten zitten ze zelfs op tafel al van onze borden te pikken. En terwijl ik de tafel afruim blijven ze gewoon zitten!

Dan moeten we toch echt weer verder. De camping ligt bijna bij de doorgaande weg die we moeten hebben dus dat is een eitje. Maar wel een eitje van een uur voor we de stad uit zijn. We rijden richting Kiama waar we weer getuigen kunnen zijn van een fantastisch natuurfenomeen, een blowhole. En nou niet meteen beginnen te lachen, het is werkelijk een prachtig stukje natuur. In de rotsen zit een gat en daardoor blaast de zee regelmatig met een enorme kracht een golf omhoog waardoor er een gigantische fontein ontstaat. Het weer is niet geweldig maar daardoor is de zee des te wilder en de fontein dus ook een stuk hoger. Fantastisch. Je hoort een plof alsof er een gaspit aanspringt en meteen spuit er een gigantische fontein door het gat.
Na een tijdje rijden we verder richting Ulladulla. Een mooi stadje met prachtige stranden waar we de lunch gebruiken. Helaas is het weer nog steeds niet goed en zeker niet geschikt om aan het strand te gaan liggen dus besluiten we van de bewolking gebruik te maken door wat verder door te rijden. We rijden tot aan Batemans Bay.

Batemans Bay is een mooi (alweer) stadje aan de kust met dwars er doorheen een grote rivier. Onze camping ligt direct aan de rivier. Op een van de lantarenpalen zit een grote vogel. En geen duif zoals bij ons, nee, een grote pelikaan. Hij zit er op zijn gemakje de zaak te bekijken. Waarschijnlijk aast hij op de gelegenheid om bij een van de vissers die in de bootjes op de rivier een hengeltje hebben uitgegooid zijn vangst afhandig te maken.

De camping ligt in de hoek tussen de zee en de rivier geklemd, een prachtige plek. In de avondschemer komt er een zwerm van wel 100 grote witte papagaaien overvliegen. Ze maken een paar rondjes boven de camping en weg zijn ze weer. Maar ze komen wel terug….'s ochtends. Om 7.15 uur worden we wakker van een luid gekwetter en geschreeuw. In de boom recht boven onze camper en de boom daarnaast is een grote groep witte papagaaien neergestreken. En ze schreeuwen en kwetteren wat ze kunnen. Maar wat een mooi plaatje!
Omdat we vroeg wakker zijn kunnen we ook op tijd weg. De eerste stop is het plaatsje Mogo, een historisch mijnstadje direct aan de snelweg. Een mooi stadje van zo'n 15 ouderwetse huisjes aan 2 kanten van de weg gelegen. In die huisjes zijn winkeltjes met kunst, antiek en handwerk e.d. gevestigd waar je lekker in rond kunt snuffelen. In de oude bakkerij drinken we nog een lekkere kop koffie (in de bakkerijen hier zijn vaak gezellige koffiehoekjes ingericht) en daarna gaat het weer verder richting Ulladullah. Deze plaats ligt ook weer aan zee, naast een rivier en heeft ook weer mooie stranden en leuke shops. Maar verder is er in de omgeving niet zo heel veel te doen als vissen dus gaan we nog een stukje verder. We rijden naar Central Tilba. En dat is een complete verrassing. Net van de snelweg af, tussen de heuvels, ligt weer een van die mooie historische stadjes. Een lange straat vol met prachtige oude huisjes, een ouderwets hotel, een schuur voor de vrijwillige brandweer en een kaasfabriek en in die huisjes volop winkeltjes met van alles en nog wat in een schitterende omgeving. Alleen jammer dat er zoveel auto's voor die huisjes staan anders had je jezelf zo in de 18e eeuw kunnen wanen. We kunnen er geen genoeg van krijgen.
Vanaf Central Tilba gaat het via de kust naar Bermagui, een stadje dat
aan zee, maar boven op een rots gebouwd is. Hierdoor hebben we prachtige uitzichten over de oceaan, de ene keer is het een zandstrand, de andere keer zijn het rotsen maar het is allemaal even mooi. De zon schijnt dus de oceaan is schitterend blauw en de stranden spierwit. We volgen de kustroute via Merimbula naar Eden en rijden de ene keer in de bergen en de bossen, de andere keer langs de zee. Soms gaat het over bruggetjes waar maar 1 auto tegelijk over kan en soms over een grote brede weg. In Eden strijken we tenslotte neer voor de nacht.
Buchans Caves – Lakes Entrance
Vandaag, zaterdag 1 maart, hebben we gepland om naar Buchan Caves en Lakes Entrance te rijden, een stuk van zo'n 250 km. Omdat het nogal een eind is nemen we de snelweg. Nou ja, snel.... De snelweg is hier meestal maar 2-baans met af en toe een inhaalstrook. Inhalen op andere stukken laat je als je niet levensmoe bent wel uit je hoofd. Op deze weg mag meestal 100 km per uur worden gereden. Soms loopt hij door een stadje en daar mag je dan maar 50 km. per uur. Het is wel de snelste weg maar echt snel….
Na zo'n 3 uur rijden verlaten we de snelweg en gaan we richting Buchan. Het bos waar we het grootste gedeelte van de tijd doorheen rijden opent zich en plots rijden we door een prachtig groen heuvellandschap. De weg is nog steeds 2-baans maar wel bijna de helft smaller als de snelweg en kronkelt zich om de heuvels heen. En dan verschijnt het stadje Buchan, een handjevol huizen verspreid langs de weg. En weer allemaal van die nostalgische pandjes. We boeken een rondleiding door de Caves. We kunnen kiezen tussen 2 grotten en we gaan voor de Royal Cave.
De grot is een openbaring. Prachtig! We
moeten door nauwe gangetjes, soms gebukt (en wij zijn al niet zo groot) en smalle trappetjes maar wat we te zien krijgen is echt geweldig. Prachtige zalm/bruin getinte stalagmieten en stalactieten, sprookjesachtig verlicht. Helaas is een deel van de route aan de zijkanten afgezet met gaas zodat je nergens bij kunt. Er was tevoren al gewaarschuwd dat je nergens aan mag komen, de hele grot is gebaseerd op water en op je huid zit vet dat daar niet mee samen kan en vervolgens het proces weer af kan breken. Maar blijkbaar kon niet iedereen de verleiding weerstaan en moesten ze de zaak afschermen. Maar het is nog erger. Op een wat ruimer stuk hangen enkele lappen "bacon" zoals ze deze platte stalactieten noemden (omdat ze door de kleur en vorm aan bacon doen denken). Je kunt zien dat daar voorheen een kijkplaats is geweest. De gids vertelt ons dat er een of andere onverlaat was geweest die er een flink stuk van af had gebroken om mee te nemen als souvenir. En sindsdien is alles afgeschermd zodat er niemand meer bij kan. Je hebt maar 1 idioot nodig om het voor heel de rest te bederven zie je wel!
Maar ondanks het gaas op sommige plaatsen is het een fantastische ervaring o
m door die grotten te lopen. Echt geweldig! Als we bij de grotten naar buiten komen blijken we boven aan de heuvel te staan. En nog een 20 meter van ons vandaan staat een kangaroemoeder haar jong te zogen!
Na de Buchan Caves gaat het richting Lakes Entrance waar we een camping zoeken.
We vinden er een aan zee met Free Wireless Internet! Heerlijk, kunnen we op ons gemak de site bijwerken, e-mail nakijken en misschien nog wat sms'en….denken we. Frans gaat meteen achter de laptop terwijl ik een wasje draai en ondertussen lekker in het zonnetje ga zitten bakken. Eindelijk schijnt hij dan toch! Na een uurtje moppert Frans dat hij geen aansluiting meer heeft maar ach, misschien is het wel druk nu op de aansluiting van de camping. Proberen we het straks nog wel een keer.
Na het eten maken we een wandeling naar het strand. De zon is nu bijna onder en het waait fris dus na een paar minuutjes houden we het voor gezien en kuieren we weer terug. Tussen het strand en de camping ligt
een bruggetje en daaronder staan enkele garnalenvissers. We blijven een tijdje staan kijken. Blijkbaar is daar een open verbinding met de zee en het is nu vloed. Met het water dat naar binnen stroomt komen ook de garnalen binnen zwemmen. De vissers schijnen met een lamp onder aan een stok in het water en zodra ze een garnaal zien vissen ze hem met een groot net op. In een mum van tijd hebben ze er een hele hoop gevangen. Dan keert het tij en een tijdje staat het water stil. Er komt niets meer langs. En dan plotseling stroomt het water weer terug richting zee en ja hoor, de garnalen komen weer mee, nu de andere kant op, en worden weer vrolijk uit het water geplukt. Af en toe hoor je de gevangen garnalen in de emmer flink tekeer gaan in hun poging om er weer uit te klimmen, best zielig eigenlijk.
Terwijl wij daar op het bruggetje over het hek hangen om de
vissers te bekijken verschijnt er boven ons hoofd een prachtige sterrenhemel. Letterlijk schitterend! Zo mooi heb ik het thuis nog nooit gezien. Ontelbaar veel sterren, waar je maar kijkt. Midden ertussen ligt een brede baan met kleine zwakke sterretjes die samen een brede streep vormen tussen al het geschitter van de grotere. Geweldig, je komt niet uitgekeken. We voelen ons de koning te rijk, twee van die prachtige natuurverschijnselen op één dag!
Terug in de camper kunnen we niet wachten om alles op de site te zetten zodat iedereen er weer van kan meegenieten. Maar wat blijkt, we hebben de maximaal beschikbare tijd opgebruikt. En we wisten niet eens dat er een limiet aan zat. En natuurlijk is het kantoor nu dicht dus kunnen we ook geen extra tijd bij kopen. Moeten we tot morgen wachten. Dat is balen!
Lakes Entrance
Als we s'ochtends wakker worden is de hemel stralend blauw. We hebben de laatste tijd meer kilometers afgelegd dan nodig dus besluiten we een extra dag in Lakes Entrance te blijven. Het is een mooi plaatsje dus zullen we ons hier best wel vermaken.
Na het ontbijt rijden we naar het centrum van het stadje dat aan het water ligt. Vlak achter de duinen ligt een gigantisch meer. Bij Lakes Entrance is, zoals de naam al doet vermoeden de verbinding van het meer met de zee. Bij de camping begint het meer en daar is het maar enkele meters breed. Bij het stadje is het zo'n 150 meter breed en verderop wordt het enkele kilometers breed. We lopen over de voetgangersbrug naar de duinen die het meer van de zee scheiden en starten daar de 4,5 km lange route die eerst langs het meer, via de ingang naar zee en dan langs de zee weer terug loopt. Maar ergens raken we het pad kwijt en komen we langs het strand terecht. Geeft niets, als we langs het water blijven komen we altijd weer op dezelfde plaats terug. Alleen is het strand hier, zelfs vlak langs de waterkant niet hard zoals op de mee
ste plaatsen maar zak je zelfs daar nog een stukje weg. En dat maakt de route wel erg zwaar.
Hoewel het zondag is en de hemel stralend blauw komen we bijna niemand tegen. Een schitterend strand van wel 100 meter breed met niemand erop, je kunt het je bijna niet voorstellen. Alleen op het stukje waar we de route waren begonnen zijn wat surfers bezig.
Als we over de duinen terug naar de merenkant lopen worden we aangesproken door een van de "locals". Het blijkt een van de garnalenvissers te zijn van gisterenavond. En vervolgens gaat hij over op het Nederlands. Hij heet Hans en is in 1952 op 3 jarige leeftijd naar Australië geëmigreerd en spreekt nog bijna accentloos Nederlands! Volkomen overbodig verontschuldigd hij zich voor de slechte beheersing van de Nederlandse Taal en vertelt ons e.e.a. over het stadje en over Australië. We lopen een eindje met hem op, het is een gezellige kletser. In de 70-er jaren heeft hij samen met zijn vrouw op de motor door Europa getoerd en ook daar vertelt hij smeuïge verhalen over. Na een half uurtje nemen we afscheid en beloven 's avonds nog even naar het garnalenvissen te komen kijken.
Als we 's avonds bij de camper zitten komt hij aanlopen.
Hij heeft de halve camping afgezocht om ons een bak garnalen te komen brengen, gekookt en wel. Terwijl we hem de foto's laten zien die Frans van hem en de andere vissers heeft gemaakt krijgen we nog enkele tips voor het verdere verloop van onze reis en we wisselen e-mail adressen uit. s'Avonds lopen we nog eventjes naar het bruggetje om de schijf met foto's van de vissers naar onze nieuwe vriend Hans te brengen en terwijl we over het bruggetje met hem hangen te kletsen nodigt hij ons uit om de volgende dag voor we verder rijden bij hem en zijn vrouw op de koffie te komen en eens te kijken hoe de "locals" hier wonen, waar we graag op ingaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten