Over ons

Margareth is in Australie (Melbourne) geboren maar in Nederland opgegroeid. Samen met haar man Frans ging ze op zoek naar haar "roots". Een fantastische reis waardoor ze beiden geheel verknocht raakten aan het prachtige Australische continent. Sindsdien gaan ze zo vaak als ze kunnen!

dinsdag 12 februari 2008

Herberton-Innisfail-Townsville

De volgende route die we hadden uitgestippeld ging via Herberton (een historisch mijnstadje in "the outback") terug naar de kust waar we zouden overnachten in Innisfail. We waren een uurtje op weg toen er langs de weg een bordje stond met daarop aangegeven "Cathedral Figg Tree, 6 km on the right". We besloten een kijkje te gaan nemen. En wat we daar tegen kwamen was niet te beschrijven. Na zo'n 6 km over smalle landweggetjes tussen de weilanden te hebben gereden begon er weer een stuk bos met vooraan een kleine parkeerplaats waarvandaan we naar de Cathedral Figg Tree konden wandelen. Een kleine 200 meter het bos in stond een boom, zo mooi, niet te beschrijven. De stam bestond helemaal uit wortels die vanaf een hoogte van zo'n 50 meter naar beneden hingen. De boom had een omvang van 40 meter en de kruin had een oppervlakte van maar liefst 2000 m2! Onvoorstelbaar zo mooi. Tussen de wortels groeide wat planten en in de kruin stonden op verschillende plaatsen varens op de takken. Er was een boardwalk rondom de wortels gemaakt zodat je dicht bij de boom kon komen zonder hem te beschadigen. Je kon er zelfs een stukje inlopen. Deze boom deed zijn naam zeker eer aan!

En dan weer verder naar Herberton. Helaas begon het weer te regenen maar voorlopig zaten we toch in de auto dus dat mocht de pret niet drukken. Herberton zelf bleek helaas een teleurstelling. Van de beroemde outback was niets te bekennen, het stadje lag gewoon midden in de groene bergen. De oude mijngebouwen waren grotendeels verdwenen of stonden verscholen tussen nieuwe en ook motregende het nog steeds. Na wat te hebben rondgereden vonden we een oude tinmijn met een museum erbij. Hier wat inlichtingen gevraagd. Er bleek een wandelroute te zijn met 3 oude gebouwtjes maar 2 daarvan waren 18 maanden geleden tijdens een storm vernietigd. Een was er al weer opgebouwd, helemaal in oude stijl maar helaas dan toch gloednieuw, het 2e was nog in revisie en het 3e lag zover weg dat het met dit weer niet aan te raden was om er naartoe te lopen. Nadat Frans een demonstratie tin zeven had gehad en zelf wat tin uit het water haalde (moest hij ook weer terug gooien) besloten we naar het dichtstbijzijnde gebouwtje te wandelen. Tenslotte kwamen we uit Holland en waren we toch wel gewend aan wat regen…

Dus, wegwerp-regenjassen aan die meteen weer uit elkaar vielen en wij op pad. Nog geen 100 meter ver hield het ineens op met zachtjes regenen. Het viel met bakken tegelijk naar beneden. Hoewel we met een sprint naar de auto renden waren we allebei zowat verdronken voor we er waren. Nee, dan toch maar geen mijnwerkersroute.



Via Milla Milla reden we naar Innisfail. Bij Milla Milla lag een watervallenroute van 15 km. met 3 mooie watervallen erlangs dus die namen we. De eerste, de Milla Milla Falls was erg mooi. Een idyllisch plaatje met een brede waterval die gelijkmatig in een klein waterbekken valt, omgeven door groene struiken en prachtige bomen. Ook de 2e waterval was mooi maar omdat we die van bovenaf bekeken was het uitzicht niet zo schitterend als bij de Milla Milla Falls. Toen we van de parkeerplaats bij de 3e waterval naar de trappen liepen begon het echter weer te hozen. Het water liep als een rivier van de trap af (waterval nr. 4 denk ik), dus die hebben we maar laten zitten. We reden verder naar Innisfail waar we op Flying Fish Point een camping vonden.

Terwijl we de camper parkeerden stond zo'n 50 meter verderop onze vriend Skippie op zijn gemakje het gras op te peuzelen. Schitterend. Ik vond wel dat de waterpomp van de caravan naast ons veel herrie maakte. Het leek wel of er een eend luidkeels onder zat te kwaken. En ze moesten ook wel erg vaak water hebben. Grote schoonmaak zeker?

Naarmate de schemer overging in de avond begonnen er steeds meer waterpompen te kwaken. Je begrijpt het al, het waren helemaal niet de caravans, het waren brulkikkers! Een herrie van jewelste. Hadden we toch mooi voor elkaar, mochten we overnachten midden in een kolonie brulkikkers. En hoe donkerder het werd hoe meer decibellen ze produceerden!

Maar dan kun je ook weer zien dat de geluiden van de natuur ondanks dat ze veel herrie maken toch ook rustgevend kunnen zijn, we hebben allebei uitstekend geslapen!

Maandag 11 februari reden we verder naar Townsville. Vandaag zouden we vooral gebruiken om kilometers te maken en wat boodschappen te doen, langs deze route was niet zo heel veel interessants te zien. Vlak voor Townsville zagen we dat het tegemoetkomende verkeer lichten voerden en verschillenden hadden de ruitenwissers nog aan staan. We verwachtten dat we in een flinke regenbui terecht zouden komen maar dat viel reuze mee. Achteraf bleek dat die bui wel degelijk gevallen was. Townsville had zoveel water op zijn dak gehad dat het land en de stad dat helemaal niet meer konden verwerken. De lage weghelft over de Bowes River werd helemaal overspoeld. Gelukkig liep de andere (onze) helft ruim 1½ meter hoger dus werd al het verkeer daarover geleid.

Na wat zoeken vonden we een leuke camping aan het strand. Het waait wel flink en af en toe valt er een druppeltje maar ondertussen is het toch nog steeds 27 graden, wat bij deze vochtigheid aanvoelt als 33! Nu maar hopen dat we vannacht nog wat slapen ook!



Geen opmerkingen: